“Laatst heb ik bij iemand ‘ik poep op Ajax’ op zijn billen gezet. Als AZ kampioen wordt, geef ik nog vijf gratis tattoo’s weg.”
De Alkmaarse tatoeerder Ron Wijks
woensdag 1 april 2009
dinsdag 31 maart 2009
Ignorance is bliss
De gevaren zijn legio en een ongeluk zit in een klein hoekje.
Emails.
Het internet.
Teletekst.
Telefoontjes.
Sms-jes.
Een opgevangen gesprek in de kantine of de supermarkt.
Sommigen geven het snel op of zijn te nieuwsgierig. Zij laten zich gedurende de dag op de hoogte houden van het laatste nieuws. Aan de andere kant staan de 7-uur-fundamentalisten, die hun telefoon 's zondags na half drie standaard opnemen met 'nietzeggennietzeggennietzeggen'. Het wordt helemaal gevaarlijk tijdens de topwedstrijden, wanneer alleen de nummerherkenning van je telefoon je al de das om kan doen. Belt een medestander dan gaat het de goede kant op. Een sms-je van een vriend die supporter is van de tegenpartij hoef je niet eens te openen: slecht nieuws en leedvermaak. En toch, als alle klippen zijn omzeild en de tune van Studio Sport aangeeft dat je het gehaald hebt is het toch het mooiste wat er is: met het bord op schoot de samenvattingen kijken, zonder de uitslagen de weten.
Emails.
Het internet.
Teletekst.
Telefoontjes.
Sms-jes.
Een opgevangen gesprek in de kantine of de supermarkt.
Sommigen geven het snel op of zijn te nieuwsgierig. Zij laten zich gedurende de dag op de hoogte houden van het laatste nieuws. Aan de andere kant staan de 7-uur-fundamentalisten, die hun telefoon 's zondags na half drie standaard opnemen met 'nietzeggennietzeggennietzeggen'. Het wordt helemaal gevaarlijk tijdens de topwedstrijden, wanneer alleen de nummerherkenning van je telefoon je al de das om kan doen. Belt een medestander dan gaat het de goede kant op. Een sms-je van een vriend die supporter is van de tegenpartij hoef je niet eens te openen: slecht nieuws en leedvermaak. En toch, als alle klippen zijn omzeild en de tune van Studio Sport aangeeft dat je het gehaald hebt is het toch het mooiste wat er is: met het bord op schoot de samenvattingen kijken, zonder de uitslagen de weten.
donderdag 26 maart 2009
Onderzoek naar de verlenging
Achteloos wandelt hij om de verdediging heen om de bal het doel van Kenneth Vermeer in te koppen. Iedereen in de kamer weet het. Dit seizoen wordt er geen Europees voetbal meer gespeeld door Ajax, Nederlands laatste hoop in bange dagen. Direct voel ik dat mij onrecht wordt aangedaan!
Er was een verlenging nodig in dit duel, omdat de wedstrijd na 180 minuten spelen even veel uitdoelpunten voor Ajax als voor Olympique Marseille bevatte. Maar mijn 'gut feeling' vertelt me dat mijn ploeg tijdens de verlenging in het nadeel werd gesteld, daar de 'uitdoelpunten-regel' ook in de verlenging geldt. Mijn Ajax moest een half uur op zijn tenen lopen, omdat één doelpunt voor Marseille er met twee van de Amsterdammers moest worden gecompenseerd. Uiteraard had Ajax het thuisvoordeel in een kolkende Arena, maar mijn intuïtie vertelt me dat de steun van de achterban niet compenseert voor de 'uitdoelpunten-regel'. De lullige en fatale kopbal van Mears bevestigt slechts mijn gelijk en, hoogstwaarschijnlijk, dat van vele mede-Ajacieden.
Gelukkig krijg ik een paar minuten nadat de scheidsrechter het doek laat vallen voor Ajax mijn verstand terug. Als aspirant psychologisch wetenschapper laat ik mijn licht nog eens over het probleem vallen. Les één: mensen zijn slecht in het beoordelen van hun omgeving en het inschatten van kansen. Les twee: met behulp van de gegevens die de wereld ons toereikt en de statistiek kunnen we hem beter begrijpen. Hoewel het eindeloos discussiëren over uitdoelpunten waarschijnlijk een onuitputtelijke bron van vermaak is, inspireren deze twee lessen mij om tot een gegrond empirisch antwoord op de vraag te komen.
We willen dus de volgende stelling toetsen: 'de uitdoelpunten regel in de verlenging compenseert voor het thuisvoordeel'. Onderwerp van inspectie zijn de 213 verlengingen die er in de UEFA Cup tot nu toe (vanaf seizoen 1971-1972) werden gespeeld in kwalificatie rondes of finales. Daarin gold altijd de uitdoelpunten-regel. Er werd in deze wedstrijden 122 maal in de verlenging gescoord (57%), wat een strafschoppenserie onmogelijk maakt (deze werden 91 keer gespeeld, 43%). Omdat een loting de volgorde van de twee wedstrijden in deze rondes beslist, mogen we aannemen dat de gemiddelde kwaliteit van de thuisspelende en uitspelende elftallen in de verlenging gelijk is. Als de uitdoelpunten-regel compenseert voor het thuisvoordeel, mogen we dus verwachten dat er in de verlenging ongeveer even vaak werd gewonnen door de bezoekers als door de gasten.
Nu is het de beurt aan de statistiek om deze aanname te toetsen, maar om dit voetbalblog de wiskunde te besparen zal ik hier slechts in woorden de resultaten rapporteren. Liefhebbers van 'sign tests' kunnen terecht in de voetnoten.
Tijdens alle verlengingen (ongeacht of er een strafschoppenreeks volgde) werd er 124 keer gewonnen door het thuisspelende elftal en 89 keer door de bezoekers. De statistiek wijst uit dat het verschil tussen die twee getallen niet door toeval is ontstaan (1). Kortom, het lijkt alsof over alle verlengingen heen het thuisvoordeel ruim op weegt tegen de uitdoelpunten-regel.
Maar, we moeten voorzichtig zijn met deze conclusie. Er is namelijk een alternatieve verklaring voor dit patroon mogelijk. Het zou zo kunnen zijn dat er in de wedstrijden met een strafschoppenreeks zó vaak werd gewonnen door de thuisploeg dat dit het effect domineert, terwijl de uitdoelpunten regel wel goed zijn werk deed.
Niets blijkt minder waar. Laten we kijken naar de verzameling verlengingen die werden besloten voordat er pingels moesten worden genomen. Hier werd er 73 keer gewonnen door het thuisspelende elftal en wonnen de bezoekers slechts 49 maal. Ook de aannemelijkheid van dit effect wordt ondersteund door de wiskunde (2). Sterker nog, het thuisvoordeel lijkt helemaal geen rol te spelen in de strafschoppenseries. Deze werden weliswaar 51 maal gewonnen door het ontvangende elftal en 40 keer door de bezoekers, maar dit verschil is hoogstwaarschijnlijk door puur toeval ontstaan (3).
De conclusie is duidelijk. In de dertig jaar aan afvalrondes in de UEFA Cup heeft de uitdoelpunten-regel niet gezorgd voor een eerlijke verhouding in de kansen tussen het uitspelende en thuisspelende elftal tijdens de verlenging. Met de steun van de supporters heeft het thuisspelende team een grotere kans om te winnen.
Er zijn legio oplossingen mogelijk. Maar, voetbalsupporters worden waarschijnlijk niet blij als ze het stadion uit worden gejaagd vlak voor de verlenging om de wedstrijd eerlijker te maken. Tevens zal men zich de supporterswoede op de hals halen als er wordt besloten om uitdoelpunten nóg zwaarder te laten tellen in de verlenging. Ook zal niemand er voor warm te krijgen zijn om de winnaar na 180 minuten met een 'toss' te bepalen. Daarom lijkt het mij het beste om in de verlenging slechts een strafschoppenreeks te spelen, omdat het thuisvoordeel daar geen rol in speelt.
Nu ik deze misstand in de voetballerij heb aangetoond, kunnen we de verlenging van Ajax - Marseille schrappen en alsnog tot pingels overgaan. Als locatie weet ik nog een schitterend neutraal voetbalcomplex aan de Oegstgeesterweg...
(1) Sign test: p < .020
(2) Sign test: p < .050
(3) Sign test: p = .294
Door Wouter
Er was een verlenging nodig in dit duel, omdat de wedstrijd na 180 minuten spelen even veel uitdoelpunten voor Ajax als voor Olympique Marseille bevatte. Maar mijn 'gut feeling' vertelt me dat mijn ploeg tijdens de verlenging in het nadeel werd gesteld, daar de 'uitdoelpunten-regel' ook in de verlenging geldt. Mijn Ajax moest een half uur op zijn tenen lopen, omdat één doelpunt voor Marseille er met twee van de Amsterdammers moest worden gecompenseerd. Uiteraard had Ajax het thuisvoordeel in een kolkende Arena, maar mijn intuïtie vertelt me dat de steun van de achterban niet compenseert voor de 'uitdoelpunten-regel'. De lullige en fatale kopbal van Mears bevestigt slechts mijn gelijk en, hoogstwaarschijnlijk, dat van vele mede-Ajacieden.
Gelukkig krijg ik een paar minuten nadat de scheidsrechter het doek laat vallen voor Ajax mijn verstand terug. Als aspirant psychologisch wetenschapper laat ik mijn licht nog eens over het probleem vallen. Les één: mensen zijn slecht in het beoordelen van hun omgeving en het inschatten van kansen. Les twee: met behulp van de gegevens die de wereld ons toereikt en de statistiek kunnen we hem beter begrijpen. Hoewel het eindeloos discussiëren over uitdoelpunten waarschijnlijk een onuitputtelijke bron van vermaak is, inspireren deze twee lessen mij om tot een gegrond empirisch antwoord op de vraag te komen.
We willen dus de volgende stelling toetsen: 'de uitdoelpunten regel in de verlenging compenseert voor het thuisvoordeel'. Onderwerp van inspectie zijn de 213 verlengingen die er in de UEFA Cup tot nu toe (vanaf seizoen 1971-1972) werden gespeeld in kwalificatie rondes of finales. Daarin gold altijd de uitdoelpunten-regel. Er werd in deze wedstrijden 122 maal in de verlenging gescoord (57%), wat een strafschoppenserie onmogelijk maakt (deze werden 91 keer gespeeld, 43%). Omdat een loting de volgorde van de twee wedstrijden in deze rondes beslist, mogen we aannemen dat de gemiddelde kwaliteit van de thuisspelende en uitspelende elftallen in de verlenging gelijk is. Als de uitdoelpunten-regel compenseert voor het thuisvoordeel, mogen we dus verwachten dat er in de verlenging ongeveer even vaak werd gewonnen door de bezoekers als door de gasten.
Nu is het de beurt aan de statistiek om deze aanname te toetsen, maar om dit voetbalblog de wiskunde te besparen zal ik hier slechts in woorden de resultaten rapporteren. Liefhebbers van 'sign tests' kunnen terecht in de voetnoten.
Tijdens alle verlengingen (ongeacht of er een strafschoppenreeks volgde) werd er 124 keer gewonnen door het thuisspelende elftal en 89 keer door de bezoekers. De statistiek wijst uit dat het verschil tussen die twee getallen niet door toeval is ontstaan (1). Kortom, het lijkt alsof over alle verlengingen heen het thuisvoordeel ruim op weegt tegen de uitdoelpunten-regel.
Maar, we moeten voorzichtig zijn met deze conclusie. Er is namelijk een alternatieve verklaring voor dit patroon mogelijk. Het zou zo kunnen zijn dat er in de wedstrijden met een strafschoppenreeks zó vaak werd gewonnen door de thuisploeg dat dit het effect domineert, terwijl de uitdoelpunten regel wel goed zijn werk deed.
Niets blijkt minder waar. Laten we kijken naar de verzameling verlengingen die werden besloten voordat er pingels moesten worden genomen. Hier werd er 73 keer gewonnen door het thuisspelende elftal en wonnen de bezoekers slechts 49 maal. Ook de aannemelijkheid van dit effect wordt ondersteund door de wiskunde (2). Sterker nog, het thuisvoordeel lijkt helemaal geen rol te spelen in de strafschoppenseries. Deze werden weliswaar 51 maal gewonnen door het ontvangende elftal en 40 keer door de bezoekers, maar dit verschil is hoogstwaarschijnlijk door puur toeval ontstaan (3).
De conclusie is duidelijk. In de dertig jaar aan afvalrondes in de UEFA Cup heeft de uitdoelpunten-regel niet gezorgd voor een eerlijke verhouding in de kansen tussen het uitspelende en thuisspelende elftal tijdens de verlenging. Met de steun van de supporters heeft het thuisspelende team een grotere kans om te winnen.
Er zijn legio oplossingen mogelijk. Maar, voetbalsupporters worden waarschijnlijk niet blij als ze het stadion uit worden gejaagd vlak voor de verlenging om de wedstrijd eerlijker te maken. Tevens zal men zich de supporterswoede op de hals halen als er wordt besloten om uitdoelpunten nóg zwaarder te laten tellen in de verlenging. Ook zal niemand er voor warm te krijgen zijn om de winnaar na 180 minuten met een 'toss' te bepalen. Daarom lijkt het mij het beste om in de verlenging slechts een strafschoppenreeks te spelen, omdat het thuisvoordeel daar geen rol in speelt.
Nu ik deze misstand in de voetballerij heb aangetoond, kunnen we de verlenging van Ajax - Marseille schrappen en alsnog tot pingels overgaan. Als locatie weet ik nog een schitterend neutraal voetbalcomplex aan de Oegstgeesterweg...
(1) Sign test: p < .020
(2) Sign test: p < .050
(3) Sign test: p = .294
Door Wouter
woensdag 25 maart 2009
Quote van de week
"Voor elk doelpunt dat ik in de jeugd maakte, gaf mijn opa me twee gulden. Maar na een paar weken stopte hij daarmee. Op sommige zaterdagen moest hij aan het eind van de wedstrijd wel veertien gulden afrekenen. Dat waren dus mijn eerste voetbalinkomsten."
Melvin Platje, cultspits van F.C. Volendam
Melvin Platje, cultspits van F.C. Volendam
zondag 22 maart 2009
Traditie in Rotterdam
Naast een roemruchte historie beschikt Sparta over een stadion met misschien wel de mooiste stadionnaam van Nederland: het Kasteel. Op een druilerige maandagavond doemt het Kasteel in al haar glorie op als je de Huygensstraat bewandelt. Bezoekers worden deze avond helaas om het Kasteeltje heen geleid om via het supportershome (‘de Twaalfde Man’) aan de achterkant het stadion te betreden.
Op de tribunes hebben zich vooral oude rotten en jonge honden genesteld: de échte Sparta-fans. Tussen deze figuren valt één jongeman op: een beer van een vent met lang, zwart haar en een smoel die niet zou misstaan bij een bepaalde James Bond-slechterik uit de jaren ‘80. Afgaande op de jonge spartaantjes die zich om hem heen verzamelen, zal het wel een speler zijn.
De eerder genoemde oude rotten en jonge honden blijken al snel meer gemeen te hebben dan een rood-wit hart. Een man met grijs haar en een nette pantalon verheft zijn stem: “Die Lazovic, dat vind ik zo’n enge vent”. Zijn collega-grijsaard antwoord: “Ze zouden z’n knieschijf in tweeëntwintig stukken moeten breken. Die Bakkal, dat vind ik wel een aardige speler”. De jonge honden pakken het iets minder eloquent aan: “Hé Lazovic! Droplul!”, “Homo. Lul. Hé, homo!” en wanneer de spits buitenspel staat: “Lekker voor je, lul!”
Gelukkig hebben de twee groepen nog een derde eigenschap gemeen. Als een Spartaan kermend ter aarde stort, trapt zijn ploeggenoot de bal buiten de lijnen. Danko Lazovic krijgt de bal en speelt hem zonder enige aarzeling terug naar de Sparta-doelman. De oude rotten en de jonge honden halen hun koude handen uit de zakken en applaudisseren eensgezind.
Zelfs wanneer een speler het rood-wit van een andere club uit je stad heeft verdedigd, zelfs wanneer die speler besmet is met ‘de vallende ziekte’, wordt sportiviteit hier beloond. Gelukkig is niet alleen het Kasteel traditioneel bij Sparta.
Berry was bij Jong Sparta- Jong PSV
Op de tribunes hebben zich vooral oude rotten en jonge honden genesteld: de échte Sparta-fans. Tussen deze figuren valt één jongeman op: een beer van een vent met lang, zwart haar en een smoel die niet zou misstaan bij een bepaalde James Bond-slechterik uit de jaren ‘80. Afgaande op de jonge spartaantjes die zich om hem heen verzamelen, zal het wel een speler zijn.
De eerder genoemde oude rotten en jonge honden blijken al snel meer gemeen te hebben dan een rood-wit hart. Een man met grijs haar en een nette pantalon verheft zijn stem: “Die Lazovic, dat vind ik zo’n enge vent”. Zijn collega-grijsaard antwoord: “Ze zouden z’n knieschijf in tweeëntwintig stukken moeten breken. Die Bakkal, dat vind ik wel een aardige speler”. De jonge honden pakken het iets minder eloquent aan: “Hé Lazovic! Droplul!”, “Homo. Lul. Hé, homo!” en wanneer de spits buitenspel staat: “Lekker voor je, lul!”
Gelukkig hebben de twee groepen nog een derde eigenschap gemeen. Als een Spartaan kermend ter aarde stort, trapt zijn ploeggenoot de bal buiten de lijnen. Danko Lazovic krijgt de bal en speelt hem zonder enige aarzeling terug naar de Sparta-doelman. De oude rotten en de jonge honden halen hun koude handen uit de zakken en applaudisseren eensgezind.
Zelfs wanneer een speler het rood-wit van een andere club uit je stad heeft verdedigd, zelfs wanneer die speler besmet is met ‘de vallende ziekte’, wordt sportiviteit hier beloond. Gelukkig is niet alleen het Kasteel traditioneel bij Sparta.
Berry was bij Jong Sparta- Jong PSV
donderdag 19 maart 2009
Van onze scout: Holanda-gate?
De Spaanse zender Canal+ pikte van de week een aantal eigenaardige reacties op tussen onze landgenoten bij Real Madrid. Kijkt u even aandachtig naar onderstaand filmpje, dat voorzien is van Spaans commentaar. Om u enigszins te begeleiden heb ik de belangrijkste gebeurtenissen even op een rijtje gezet.
http://s197.photobucket.com/albums/aa86/al7ess/?action=view¤t=sportYou-Elprimerperidicomultimedia.flv
Het begint allemaal na de goal van Robben. Huntelaar komt min of meer plichtmatig langs en Robben kijkt alsof hij de goal het liefst alleen had gevierd. Misschien wat vergezocht, maar het vervolg van de montage zal wat meer duidelijkheid scheppen.
Wat u na de goal van Robben ziet is de reactie van Huntelaar na een ietwat zelfzuchtige actie van Robben. Robben lijkt even z'n spijt te betuigen aan de geïrriteerde Huntelaar door het handje omhoog te steken, maar al snel krijgt hij genoeg van de Hunter en geeft hij met een simpele vingerbeweging aan dat deze beter zijn mond kan houden. 'De volgende ram ik er gewoon wel in', zie je hem denken. Kijkend naar de reactie van Huntelaar is hij niet van plan zich de mond te laten snoeren. Vingergebaartjes over en weer lijken het devies.
Dat deze twee teamgenoten elkaar niet liggen lijkt pas echt duidelijk te worden na de doelpunten van Klaas-Jan. Arjen staat beide keren vlakbij en geeft zelfs de assist op de tweede goal, maar gaat vervolgens niet naar Huntelaar toe om de doelpunten te vieren.
Ik zie u al vreemd opkijken, maar nu komt het meest schokkende gedeelte pas: de wissel van Huntelaar. Hij kan terugkijken op een prima wedstrijd en zal de felicitaties van zijn teamgenoten maar al te graag in ontvangst nemen. Een handje van de trainer, een tikje van de assistent, eentje van de medische staf, eentje van de fysiotherapeut, eentje van Saviola, eentje van Raúl, eentje van Torres, eentje van Dudek en dan (waarschijnlijk met een glimlach) uitkomen bij Van der Vaart en Robben. Niets. Van der Vaart en Robben kijken glashard voor zich uit en negeren Huntelaar compleet.
Waren de twee zo gefocussed op de wedstrijd die op dat moment al lang en breed gespeeld was? Zat Raffie een beetje weg te dromen over Sylvie? Was Robben bezorgd over een volgende potentiële blessure? Huntelaar gelooft er in ieder geval niets van. Een wegwerpgebaar is zijn antwoord.
Oordeelt u zelf maar. Is dit het volgende sluimerende probleem binnen de selectie van het Nederlands elftal? Gaan de Nederlanders mede hierdoor straks de schuld krijgen van het falen van Real Madrid? Of loopt de Spaanse pers te zoeken en is dit roddeljournalistiek van de hoogste plank?
De scout
http://s197.photobucket.com/albums/aa86/al7ess/?action=view¤t=sportYou-Elprimerperidicomultimedia.flv
Het begint allemaal na de goal van Robben. Huntelaar komt min of meer plichtmatig langs en Robben kijkt alsof hij de goal het liefst alleen had gevierd. Misschien wat vergezocht, maar het vervolg van de montage zal wat meer duidelijkheid scheppen.
Wat u na de goal van Robben ziet is de reactie van Huntelaar na een ietwat zelfzuchtige actie van Robben. Robben lijkt even z'n spijt te betuigen aan de geïrriteerde Huntelaar door het handje omhoog te steken, maar al snel krijgt hij genoeg van de Hunter en geeft hij met een simpele vingerbeweging aan dat deze beter zijn mond kan houden. 'De volgende ram ik er gewoon wel in', zie je hem denken. Kijkend naar de reactie van Huntelaar is hij niet van plan zich de mond te laten snoeren. Vingergebaartjes over en weer lijken het devies.
Dat deze twee teamgenoten elkaar niet liggen lijkt pas echt duidelijk te worden na de doelpunten van Klaas-Jan. Arjen staat beide keren vlakbij en geeft zelfs de assist op de tweede goal, maar gaat vervolgens niet naar Huntelaar toe om de doelpunten te vieren.
Ik zie u al vreemd opkijken, maar nu komt het meest schokkende gedeelte pas: de wissel van Huntelaar. Hij kan terugkijken op een prima wedstrijd en zal de felicitaties van zijn teamgenoten maar al te graag in ontvangst nemen. Een handje van de trainer, een tikje van de assistent, eentje van de medische staf, eentje van de fysiotherapeut, eentje van Saviola, eentje van Raúl, eentje van Torres, eentje van Dudek en dan (waarschijnlijk met een glimlach) uitkomen bij Van der Vaart en Robben. Niets. Van der Vaart en Robben kijken glashard voor zich uit en negeren Huntelaar compleet.
Waren de twee zo gefocussed op de wedstrijd die op dat moment al lang en breed gespeeld was? Zat Raffie een beetje weg te dromen over Sylvie? Was Robben bezorgd over een volgende potentiële blessure? Huntelaar gelooft er in ieder geval niets van. Een wegwerpgebaar is zijn antwoord.
Oordeelt u zelf maar. Is dit het volgende sluimerende probleem binnen de selectie van het Nederlands elftal? Gaan de Nederlanders mede hierdoor straks de schuld krijgen van het falen van Real Madrid? Of loopt de Spaanse pers te zoeken en is dit roddeljournalistiek van de hoogste plank?
De scout
woensdag 18 maart 2009
Quote van de week
“Ik ken niemand die zo ver van racisme afstaat als Marko, het idee alleen al is bespottelijk.”
Woordvoerder van Marko Arnautovic, spits van FC Twente.
Woordvoerder van Marko Arnautovic, spits van FC Twente.
Abonneren op:
Posts (Atom)