zaterdag 16 mei 2009

Vertrek I

Welke speler uit de Eredivisie is rijp voor een transfer? Wie vertrekt deze zomer naar een grote club in het buitenland, of gaat zijn geluk zoeken elders in eigen land? Onze scout zette de namen op een rijtje, mét argumenten. Niet mee eens? Laat het weten.

Douglas Franco Teixeira: een gewaagde voorspelling, aangezien ik zelf niet bepaald gecharmeerd ben van deze speler. Douglas is tactisch zeer matig en werd dit seizoen niet voor niets voorbij gestreefd door Slobodan Rajkovic. Desalniettemin zie ik Douglas nog wel wat aandacht trekken vanwege de mediahype en het feit dat de meeste clubs waarschijnlijk bot zullen vangen bij Chelsea met betrekking tot Rajkovic.

Kevin Strootman: opvallende deubtant bij Sparta. Is absoluut nog niet klaar voor het buitenland. Heeft nog moeite om z'n stempel te drukken op wedstrijden waarin het minder gaat en het komt nog wel eens voor dat alle ballen langs hem heen vliegen, maar deze speler heeft ontegenzeggelijk kwaliteiten en een beter draaiende ploeg in de Eredivisie zou een goede stap zijn in z'n ontwikkeling.

Cheik Tioté: blonk vorig jaar al uit bij Roda JC, iets dat Twente er toe deed besluiten wederom een atletische speler binnen te halen. Pendelt in Enschede om onbegrijpelijke redenen tussen bank en basis, maar ik zie deze jongen komende zomer wel de stap omhoog maken naar een grote club in Duitsland of Frankrijk.

Marcus Berg: de melkkoe van FC Groningen. Geen verkeerde spits, maar als in Nederland zelfs Ajax niet bereid is Sulejmani- of zelfs Suárez-achtige bedragen te betalen dan zal men het van de buitenlandse interesse moeten hebben. Sevilla zat een paar maanden geleden op de tribune, maar dat is te hoog gegrepen. Berg komt pure snelheid en handelingssnelheid tekort voor de top en loert soms teveel op dat ene goaltje. Als FC Groningen zich echter niet te star opstelt dan zie ik het nog wel tot een transfer komen. Berg zelf is er blijkbaar ook wel aan toe, getuige zijn switch van makelaar: hij zit sinds kort bij Essel Sports, het sportsmanagement bedrijf van Soren Lerby. Het heeft onder andere John Heitinga, Wesley Sneijder, Roque Santa Cruz, Daniel Pranjic en Dario Cvitanich onder contract.

Diego Biseswar: bij Feyenoord zal men de handjes hebben dichtgeknepen op het moment dat Biseswar besloot niet transfervrij de deur uit te lopen. Een beetje een one trick pony, maar wel een jongen met potentie en zeer goede fysieke eigenschappen. Nu hij bijgetekend heeft zie ik het echter nog wel gebeuren dat het noodlijdende Feyenoord op zoek gaat naar geïnteresseerde clubs met een dikke portemonnee.

Daniel Pranjic: is kijkend naar z'n spel dit seizoen overduidelijk uit op een transfer. Hij scoorde veel doelpunten, maar zijn teamspel bij balbezit en bij balbezit van de tegenstander leed er soms wel onder. Gaat naar verwachting die beoogde transfer ook wel maken, maar dat wordt niet naar een club van het niveau Liverpool. En zeker niet als linksback. In die rol heeft hij namelijk al eens een interland tegen Engeland gespeeld met als directe tegenstander Theo Walcott (1-4 voor Engeland, drie doelpunten Walcott). Verder is Pranjic een goede, volwassen voetballer, maar niets voor de absolute top.

Jonathan de Guzmán: een jaar te laat natuurlijk, zeker nu we terug kunnen kijken op een volkomen mislukt seizoen voor deze speler. Normaal gesproken zou een gezonde club een speler van dit niveau dan toch dat laatste jaar van z'n contract ook maar houden. Voor Feyenoord kan een relatief klein bedrag voor het 1-jarige contract van De Guzmán echter noodzaak zijn. Ik denk dat een aantal prima clubs hem nog wel in het vizier hebben.

Gregory van der Wiel: rechtsback met de stijl aan de bal en verdedigende kwetsbaarheid van Daniel Alves (Barcelona), maar dan zónder de extreme winnaarsmentaliteit van laatstgenoemde. Is het best op z'n plek op de backpositie en heeft met z'n spel bij Ajax en het Nederlands elftal indruk gemaakt. Lijkt niet de meest geduldige jongen, dus mocht die beruchte trein langskomen, dan verwacht ik dat Van der Wiel er in springt.

Kristian Bak Nielsen: één van de weinige Scandinavische spelers in de Eredivisie waar ik nog wel iets in zie. Heerenveen presteert stukken beter met hem dan zonder hem en gezien de schaarste aan pure verdedigers in Nederland is dit nog wel een jongen die opvalt. Is ook al op een leeftijd waarop een transfer perfect zou passen. Ik kan alleen moeilijk inschatten of z'n blessuregevoeligheid hem parten zal blijven spelen.

Danny Koevermans: zeer beperkte spits, maar wel een jongen die bij iedere middenmoter of subtopper in Nederland in de smaak zal vallen vanwege z'n doelpunten. Ik heb zelf het sterke gerucht meegekregen dat hij naar Feyenoord gaat, maar zou eerlijk gezegd niet weten waar men daar het geld vandaan zou moeten halen. Heerenveen en FC Utrecht schijnen ook interesse te hebben, dus de club waar Koevermans besluit niet heen te gaan, zal Ricky van Wolfswinkel dan wellicht wél heen gaan.

De scout

(volgende week deel II)

maandag 11 mei 2009

Over de heg

Ik voetbalde vroeger weleens op een veldje midden tussen de huizen. Dit hield vanzelfsprekend in dat de bal vaak bij mensen in de tuin belandde en je dan over de schutting moest klimmen of zelfs moest aanbellen om je bal weer terug te krijgen.

Nu, zondag, spelen we tegen ASC, de 'Ajax Sportman Combinatie', het oudste Ajax van Nederland. Deze club heeft slechts één veld, middenin een woonwijk. Ook hier belandt de bal zo af en toe in een tuin, en tijdens onze wedstrijd moet er zelfs een keer door een reserve van de thuisclub worden aangebeld om de bal terug te krijgen. De mensen van die tuin moeten een bijzonder bestaan hebben. Waar bij de huizen rond de trapveldjes af en toe een jochie aanbelt, krijgen zij de volledige diversiteit van voetballend Nederland aan de deur: verlegen f-jes, bezwete veteranen en zelfs af en toe een jongen van het eerste elftal. Met allemaal dezelfde vraag:

'Mevrouw, mag ik alstublieft mijn bal terug?

Man

Een-na-laatste wedstrijd van het seizoen. Conversatie met mijn tegenstander, net voor een corner genomen wordt.

Ik: "Waar is Michiel?"
Hij: "Michiel?"
Ik: "Ja, Michiel."
Hij: "Welke bedoel je, we hebben er nu één lopen."
Ik: "Nee, die bedoel ik niet, andere Michiel."
Hij: "Uuhm, heb je een achternaam voor me."
Ik: "Nee, weet alleen dat 'ie Michiel heet, vorige keer deed hij mee."
Hij: "Geen idee. We spelen dit seizoen voor het eerst met dit team."

Illusie

Ajax. Vroeger zei ik die naam nooit hardop, laat staan dat ik hem voluit zou schrijven. Ajax. Vier letters. Naam van een mythologische verkrachter die verdronk op zee en van een tweederangs merk allesreiniger. Bij ons aan de keukentafel spraken we van 020. Of je tekende met je vinger een grote neus in de lucht. Vriendjes die dat niet wisten gingen wel eens in de fout. Ajax. Niet zo vloeken! zei mijn vader dan.

In mijn dorp onder de rook van Rotterdam waren we voor Feyenoord. Mijn opa had Moulijn en Kreijermaat nog gekend en de boten naar Lissabon uitgezwaaid in 1963. Ook toen al was er maar één rivaal die er toe deed. Ajax. Ajax stond voor alles wat verkeerd was. Jongen, luister goed: het geld wordt in Rotterdam verdiend, in Den Haag verdeeld en in Amsterdam uitgegeven. De misplaatste arrogantie, de geldwolverij, de onterechte overwinningen op de valreep, de hulp van het scheidsrechterscorps, het ophemelen door zogenaamd objectieve journalisten. Dat waren de dingen die ik met Ajax leerde te associëren. En verliezen van ze. Heel erg verliezen van ze.

Verliezen van Ajax voelde als een groot onrecht, vergelijkbaar met Harry Potter die vermoord wordt door Voldemort (wiens naam trouwens ook nimmer wordt uitgesproken, behalve door held Harry zelf), of met Kleinduimpje die vertrapt wordt door de reus. Het goede dat het steeds weer aflegt tegen het kwade. Waarom toch? Ik geloofde níet in een God.

Mijn eerste voetbalherinneringen stammen uit de vroege jaren ’90. De titel van Feyenoord in 1993 staat me nog net vaag bij, maar ik herken vooral het gevoel van altijd maar minder zijn dan Ajax. Alles leken ze te winnen. ‘Godenzonen doen het weer!’ schreef de krant. ‘Ze hebben het geluk weer afgedwongen’. Voor ons begon Studio Sport om half acht, het eerste half uur was toch alleen maar 020. De samenvatting en dan die dikke nek van Van Gaal in beeld, of de broertjes De Boer die weer lekker hadden gefoebelt. Omkopers en mazzelaars. Een groot complot.

Het allerergste was, dat het Ajax-sfeertje zelfs in mijn directe omgeving wortel begon te schieten. Jongens die ik als vrienden zag balden plotseling hun vuist naar elkaar als Ajax weer een ronde verder was. Op school stond de tv aan voor de wedstrijd om de wereldbeker. Ik werd uit de klas gezet omdat ik 120 minuten lang Gremio aanmoedigde alsof ik er een seizoenskaart had. Dat Ajax won, hoorde ik op de grond in de gang aan het gejuich.

De tijd sleepte zich voort. Toen Feyenoord in 1999 eindelijk weer eens kampioen werd speculeerden de media over wat er toch mis was met Ajax. Verliezen van Feyenoord; hoe was het mogelijk. We zijn nu tien jaar verder. Er bleek heel wat mis met Ajax. Zoveel zelfs dat ze in die tijd maar twee keer kampioen zijn geworden. Twee keer maar! Europees was het ook nog eens kommer en kwel, waar Feyenoord tenminste nog de UEFA-cup van 2002 te vieren had. Eerlijk gezegd heb ik er tijden lang niets van begrepen. Telkens als ik vermoedde dat dat vermaledijde Ajax weer aan de absolute top kwam (en dat was vaak), donderden ze net zo hard weer naar beneden.

Het duurde lang voor ik me het realiseerde, maar dit seizoen is het besef er eindelijk. De zweem van onaantastbaarheid die altijd rond Ajax hing, lucky Ajax dat toch nog net de punten in de wacht sleepte, dat de scheids mee had en de media ook, dat het zich kon permitteren om hooghartig te zijn, het bestaat niet meer, het is een fase geweest, of een illusie. Het overheersende beeld van het Ajax van de laatste tien jaar is dat van een stelletje tobbers dat de druk niet aan kan en hun geld niet waard is. Precies iets wat ik ook over de Feyenoord-selectie zou kunnen zeggen. De arrogantie van het grote Ajax is geleidelijk aan weggesleten. Niemand bij Ajax zou het meer in zijn hoofd halen een 1 op de clubstropdas te zetten. De act “wij zijn de beste” is niet meer op te voeren zonder lachwekkend te zijn. Die kreet blijkt meer aan Louis van Gaal dan aan Ajax toe te behoren. AZ staat op het bordes met de schaal, Ajax werd dit seizoen gecoacht door een pannenkoek.

Ajax. Voluit schrijf ik de naam, met een hoofdletter nog wel. Het doet me niets. Er is geen bolwerk van het kwaad meer. In Amsterdam is er een groepje jongens in wit met rode shirts die er het beste van probeert te maken. De successen uit het verleden lijken de benen zwaar te maken en de fans ongelukkig. Ze worden karig beloond voor hun steun, heel karig. Ajax verliest in de laatste minuut van AC Milan. Ajax mist het kampioenschap op 1 doelpunt. Ajax speelt vier jaar op rij niet eens méé in de Champions League. De tv in de klas blijft gewoon uit staan. De betovering is uitgewerkt. De mouwen moeten opgestroopt en dan maar hopen op een incidenteel succes. Ajax is een beetje Feyenoord geworden.

Door Jochem

zondag 10 mei 2009

Quote van de week

"Zondag gaan wij het afmaken, al zal het nog moeilijk genoeg worden. Roda JC vecht voor de laatste kans, die moeten winnen. Bij winst van ons, degraderen ze. Jammer, maar in dit geval wil ik graag de beul van Roda zijn."

Leon Vlemmings, coach van Feyenoord

woensdag 6 mei 2009

Zondag

Er zit een hoop voetbal in de zondag, en we willen het allemaal hebben.

Altijd gaat de wekker om dezelfde tijd, namelijk twee uur voor de wedstrijd. Vanaf dan staat de dag in het teken van die wedstrijd. Het eerste van de twee uren is thuis: douche, ontbijt, spullen pakken. Het tweede is op de club: koffie, taktiek, omkleden. Daarna is de wedstrijd de wedstrijd.

Na de wedstrijd juichen of schelden in de kleedkamer, en dan de kantine, en broodjes bal en bier en de eredivisie op het grote scherm. En hop, naar iemand thuis, naar pizza's in de oven en de samenvattingen op TV. En nog wat over voetbal lullen.

De zondag eindigt altijd hetzelfde, met Jack en Hugo en Youri. Het is de perfecte afsluiting van de dag. Studio Voetbal gaat niet om de gasten, die praten meestal louter in clichés. Het gaat ook niet om de nieuwtjes, die hebben we op internet al gelezen. Het gaat al helemaal niet om de beelden, die hebben we al wel genoeg gezien. Het gaat erom ook het laatste restje voetbal uit de zondag te peuren. Na Studio Voetbal zit er dan ook weinig anders op dan naar bed te gaan; als het voetbal op is, is de dag ook op.

dinsdag 5 mei 2009

Tik

Als ik na een vloeiende één-twee door de verdediging heen snijd en voor de keeper sta, word ik teruggefloten. Buitenspel. Toch schiet ik, uit frustratie ofzo.

Heel rustig: “Hé, nummer 16. Niet meer doen, hè. Niet nodig,” zegt de keep.

Net alsof mijn vader in het doel van de tegenstander staat.

“Sorry, je hebt gelijk, maar die bal kwam zo lekker.”

De wedstrijd vordert. De keeper moet vier maal de bal uit het net vissen, zijn eigen aanvallers weten slechts één keer het doel te vinden. Na een diepe pass breek ik door. Ik zie waar de bal gaat stuiteren, en zie dat ik met een verdediger rennend naast mij - hij hijgt luid - het doel niet red. In een snelle beweging helpt God mij een handje: met mijn vuist geef ik de bal het tikje dat hij nodig heeft om goed voor mijn voeten te landen en te kunnen schieten. De verdediger ziet de begaande zonde. Een sliding wordt voorbereid, maar ik weet tijdig te springen.

Dan sta ik voor de keeper, uiteraard heeft hij mij ook gezien, een vader ontgaat immers niets. De fluit heeft al geklonken, maar de keeper moet iets rechtzetten.

Een harde trap. Een corrigerende tik.

Na de wedstrijd is vader weer bedaard. Ik krijg een hand en hij zegt – zeer volwassen – nog even sorry, voor die harde trap.