maandag 14 februari 2011

Uggs

Van de week was ik in het dorp waar ik ben opgegroeid. Ik liep door een nieuwbouwwijk. Het was er stil. Vanaf de stoep kon ik de namen op de bordjes naast de deuren lezen: fam. Uithoorn; Edwin & Marianne; Joost, Anna en Dewi.

Een man veegde de dorre bladeren in zijn tuintje bij elkaar. In ieder huis blonk design. Kinderen zaten achter computers spelletjes te spelen. Van ver zag ik dat het voetbalveldje verderop leeg was.

Ik moest nodig plassen, dus liep ik rond om een plek te vinden. Beschut plassen was onmogelijk hier. Bosjes waren netjes gekapt en gesnoeid. En dacht ik een plek gevonden te hebben, dan stond ik in een achtertuin. Ik besloot het op te houden.

Toen kwam ik bij het voetbalveldje. En er liepen kinderen. Eindelijk een aanknopingspunt voor mijn jeugd, dacht ik. Maar in de nieuwbouwwijk werd niet gebuffeld, geen slidings op het wat natte gras, geen keepers onder de modder.

Er liepen meisjes wat verveeld rond. Ze droegen Uggs.

zaterdag 12 februari 2011

Kerktoren

"Scheids, scheidsie, hoe lang nog?"

Hoe vaak moet hij zo'n vraag horen in een wedstrijd? Tegen het eind van de eerste helft, halverwege de tweede helft (we worden immers moe) en zo rond het eindsignaal. Van beide kanten, en nu en dan nog een keer extra van de aanvoerders die de wissels bijhouden. Heel vaak.

Zeker vandaag. Het waait onvoorstelbaar hard. De wind heeft vrij spel in de polder. Ons spel lijkt nergens meer op. Het is overleven. Welke tegenstander ook tegenover ons staat, het draait vandaag om wie het slimst met de wind omgaat. En dat is zwaar.

Na een half uur gebeukt te hebben, stel ik de scheids de vraag. Hoe lang nog? Sommigen doen dan alsof ze je vraag niet horen. Deze scheids was ook een stille, maar gaf netjes antwoord. Een kwartier.

De wedstrijd verliep volgens plan. In de tweede helft stonden we snel 5-0 voor. Het was tijd voor mij te wisselen met de keeper, die ook graag wat minuten in het veld meepakt. Dus ruilde ik van shirt en stond op doel.

Het was er rustig, ik had niets te doen, de wedstrijd was gespeeld. Mijn woorden hadden meewind, dus kon ik nu en dan nog wat het veld in slingeren. De scheids vragen hoe lang we nog moesten, was echter schier onmogelijk.

Gelukkig zag ik niet ver van ons een kerktoren met een klok. De scheids floot vijf minuten te vroeg af. Ook voor hem was de wedstrijd gespeeld.

dinsdag 8 februari 2011

I love it when a plan comes together

Altijd, praten we over voetbal. In de kantine, in de kroeg, in de kleedkamer, op de fiets en zelfs nog in het veld. Ook nu, tijdens een potje poker op zaterdagmiddag. Op de achtergrond komt Arsenal op een 4-0 voorsprong tegen Newcastle United. 'Wat was eigenlijk de hoogste score ooit in de Premier League?' vraagt iemand.

Wij hebben het over de wedstrijd van morgen. Het waait hard morgen, en wij willen de eerste helft wind tegen. Dan gaan we compact spelen, rustig blijven onder de druk, en de tegenstander lekker laten voetballen. Tot 20 meter van de goal. Dan in de tweede helft, dan gaan we druk zetten en er overheen. Ondertussen komt Newcastle terug, tot 4-4, in de ultieme wedstrijd met twee gezichten. Niemand had dat op grond van de eerste helft verwacht.

Dan, zondag, is het rust. De eerste helft is volgens plan verlopen, het staat 0-0, zij hadden de bal maar geen kansen. Het voelt goed, maar wie weet hoe het in de tweede helft gaat? Aan de ene kant is er vertrouwen, maar hoe vaak hebben we het niet weggegeven in de tweede helft? Aftrappen maar.

Binnen een minuut maken we de 1-0, dan 2 en 3 en 4 en 5-0. Het gaat perfect, ze komen er niet uit. In de verdediging is het nu flierefluiten, na de concentratie van de eerste helft. Al snel legt de tegenstander zich neer bij het onvermijdelijke, en kabbelt de wedstrijd richting het laatste fluitsignaal. Alles is volgens plan verlopen, en dat is misschien nog wel het mooist.

dinsdag 1 februari 2011

Bowlen

Kijk, dat Luis Suarez voor heel, heel veel geld van Ajax naar Liverpool gaat, dat hebben we gelezen. Het toont weer eens aan dat woorden in de voetballerij (“Ik wil kampioen worden met Ajax” en “Luis maakt het seizoen af bij Ajax”) niets waard zijn, en dat alles om geld draait.

Veel leuker is daarom ook dit berichtje, dat niet zo veel mensen zal bereiken.

Het gaat over Dirk Kuyt, de man uit Katwijk, en oud-Feyenoorder, die nu met Suarez in de aanval zal spelen bij Liverpool. Het bericht is zelfs “van onze speciale verslaggevers”.

Het stukje meldt dat Kuyt zegt dat dit positief nieuws is voor Liverpool. Maar dan: “Dat zei de aanvaller in restaurant Flamingo’s in Noordwijkerhout, waar hij met vrienden uit Katwijk aan het bowlen en steengrillen was.”

Je weet het, dat Kuyt met zijn vrienden aan bowlen doet en lekker gaat steengrillen. Dat hij aan lange tafels zit, met heel Katwijk, met Hollandse jongens van de kust, met blonde krullen, en vrouwen die Geertruide heten. Net als dat je weet dat Ajax en Suarez toch wel zwichten voor het grote geld.

Maar zo’n bericht van de “speciale verslaggever” over Restaurant Flamingo’s is zo veel fijner.

vrijdag 28 januari 2011

Kamervoetbal

Af en toe ruim ik mijn woonkamer op. Kleren gaan naar de slaapkamer, boeken in de kast, papieren in de bak. De bal gaat in het schuine hoekje achter de bank, zodat hij niet uit zichzelf de kamer weer in kan rollen.

Langzaam keren dan de kleren, de boeken en het papier terug in de kamer. En plotseling is ook de bal uit zijn driehoekige gevangenis ontsnapt. Als ik tijd te doden heb tik ik de bal tegen de bank, of ik probeer hem met precisie het halletje in te krullen.

Vroeger, toen ik nog geen woon- en slaapkamer had, maar gewoon een kamer naast die van mijn zusje, was de bal kleiner en zachter. Gelukkig maar, want ik schoot regelmatig vol tegen de ruiten.

Soms gaat de bal mee naar buiten, naar een veldje, een pleintje of de training. Met name dat laatste is vragen om moeilijkheden: de bal mengt zich tussen de andere ballen en verdwijnt, als een sok in de wasserette.

Even is er dan verdriet. Het was zo'n fijne bal. Dan komt er snel een nieuwe. Een voetballer moet toch een bal hebben, zeg ik dan tegen mezelf. Een schaatser zonder schaatsen, dat kan ook niet. Als ik dan met de nieuwe bal naar huis rijd weet ik: deze kocht ik niet voor het pleintje of het veld, maar voor in de kamer.

dinsdag 25 januari 2011

Stoppen

Ons team bestaat dit jaar vijf jaar. Reden tot feest. Maar ook: angst.

Van het weekend moest ik denken aan een fragment uit de film All Stars. Het team zit verregend in de kleedkamer. Of ze hebben net snoeihard verloren, of de scheids heeft het veld afgekeurd terwijl ze in de regen hun warming-up hebben gedaan - daar wil ik vanaf zijn. Maar plotseling komt het gesprek op "moeten we er nog wel mee doorgaan".

Tuurlijk, na een aantal jaren in de laagste klasse van het amateurvoetbal, na scheidsrechters die niet te vertrouwen zijn, na tegenstanders die meer oog voor je poten hebben dan voor de bal, na koude douches in de winter, na weer een spierblessure - dan denk je inderdaad wel eens: moeten we er nog wel mee doorgaan.

Ik ben al het hele seizoen bang voor dit gesprek, en zondag gebeurde het dan.

Wij - nummer drie op de lijst - verloren met 4-3 na een voorsprong van 2-0 en 3-2. De weken ervoor hadden we al van directe concurrenten - een en twee - verloren. We waren teleurgesteld.

In de kleedkamer waren we stil, of vloekten we. En gaven elkaar de schuld van het plotselinge verlies. Tijdens de discussie kwam het neer op het volgende: heeft iedereen wel dezelfde instelling? Wil iedereen echt kampioen worden in ons lustrumjaar?

Een fanatiekeling vroeg zich openlijk af of hij niet een andere sport erbij moet gaan doen waar 'ie dan alles kan geven, en op zondag met minder adrenaline op het veld kan staan. Zodat nederlagen in het vervolg minder pijn zouden doen. Het verschil in fanatisme kwam naar boven. En toen zei een van ons er nu en dan wel eens aan te denken, aan stoppen.

Ik dacht direct aan All Stars. Aan de rede die aanvoerder Bram dan houdt. Daar is Obama niets bij. (Helaas niet te vinden op YouTube, maar de eerste minuut van keeper Willem als het weer eens over stoppen gaat, zijn ook raak: "Er wordt hier gewoon iedere week gevoetbald! Heb je gezien hoe het veld erbij ligt?! Hoe het ruikt, hoe het voelt (...)")

Gelukkig vertelde de twijfelaar mij gister, toen de kou uit de lucht was, dat hij blijft. Het was goed dat de gedachten werden gedeeld.

Er zit maar een ding op: zondag winnen. Dan hoor je niemand over een gebrek aan beleving of stoppen.