dinsdag 18 januari 2011

Het verkeerde been

We kennen hem wel, onze clubscheids van vandaag. Hij heeft ons al vaker gefloten, en in de stad hebben we wel eens een biertje met hem gedronken, toevallig. Aardige vent wel, redelijke scheidsrechter. Deze wedstrijd valt hij me niet op. Tot een moment laat in de tweede helft.

Doorgebroken speler van de tegenpartij, laatste man in de achtervolging. Een tackle, schuin van achteren. Ik denk: op de bal, hopelijk. Daar komt de scheids, hij rent van ver, zijn hoofd is rood en zijn hand in zijn borstzak. Dit gaat niet mooi blijven, zou ik zeggen als er iemand bij me in de buurt stond. En ja: rode kaart.

'Ik raakte de bal scheids'
, zegt de laatste man. 'Idioot!', zegt de scheids, en: 'Stomme lul, je kunt beter gaan vlaggen dan gaan voetballen, want dat kun je niet!'

'Nou scheids, doe eens even rustig', zegt iemand. Veel mensen zeggen van alles, eigenlijk.

'Ik ben het zat!', schreeuwt dan de scheids, 'Ik ben jullie zat! Dat gezeik de hele tijd! En jullie wisselen veel te vaak!'. Het huilen staat hem nader dan het lachen.

Na nog even chaos gaat de wedstrijd toch verder. Met een merkwaardig sfeertje, alsof er aan de eettafel slaande ruzie is geweest, maar er toch afgewassen moet worden.

Na de wedstrijd staat de scheids nog wat met de tegenstander te praten, alsof hij wat steun nodig heeft. Wij denken het in de kantine straks wel uit te praten. Als we uitgedoucht zijn, is de scheids al vertrokken.

maandag 10 januari 2011

Nieuws

In het digitale tijdperk zit je steeds vaker boven op het nieuws. Ik weet nog goed hoe vers het nieuws was toen ik las dat Marco van Basten opstapte bij Ajax. Ik denk er nog regelmatig aan, als ik inlog op de computer in de bibliotheek waar ik het bericht plots zag verschijnen. Spanning schiet door je lijf.

Is het echt? Wie melden het allemaal? Zijn er al reacties? Wat schrijven de blogs? Wat zegt Twitter?

Het gevaar met eindeloos online is dat die spanning al ontstaat bij de meest triviale zaken.
Een paar weken geleden lag ik een paar dagen ziek op bed. Op een ochtend werd ik wakker, maar ondanks dat ik me slecht voelde, keek ik uit naar de dag. De verkiezing voor het WK kwam er aan. Heerlijke uurtjes slow-television, en dan meelezen wat men zegt online. Boven op de geruchten, de nieuwtjes.

Zo zag ik nieuws over datzelfde WK, van 2022, in Qatar. Dat het vermoedelijk in de winter gehouden gaat worden. Want Blatter zei het. Ik check wat sites en een reactie van de Duitse bondscoach Löw. Het kan me weinig boeien. Het zal die FIFA zijn, waar weinig sympathie meer voor is. En het feit dat dat hele WK nog elf jaar op zich doet wachten.

Laat mij dan maar snel surfen naar een afbeelding van Vurnon Anita, als een vriend mij op zijn telefoon laat zien wat Vurnon meldt: “No Long Hair Anymore !!!”

donderdag 6 januari 2011

Stilte

Soms zoek jij het voetbal niet, maar vindt het voetbal jou. Want voetbal is daadwerkelijk overal, tot groot verdriet van menige huisvrouw. Eraan ontsnappen is volstrekt onmogelijk, al schijnen er nog mensen te zijn die een heel eind komen. Dan moeten ze echter wel de laatste pagina’s van de krant mijden. En iedere dinsdag, woensdag, donderdag, zaterdag en zondag oppassen met zappen. En niet te veel met mensen praten. Want voetbal is geen oorlog. Voetbal is juist sociale wonderolie. Een gespreksonderwerp voor ieder verloren gewaand moment. Als voetbal al met oorlog te maken heeft, dan is het de strijd van het voetbal tegen de stilte.

Hoezeer ik ook van voetbal houd, de stilte moet de ruimte krijgen. Er zijn dingen die ik niet wil horen, niet wil zien. (Zogenaamd) goed bedoelde woorden van troost, bijtende spot van de concurrenten. En die vervloekte terugblikken op de televisie, op onbewaakte ogenblikken. Boem. Goal. Vuur gaat niet uit als je er steeds in aan het poken bent. Het feest dat een tragedie werd blijft nasmeulen als we erop blijven blazen. Ondertussen rolt de bal verder. De bal die diepe japen snijdt in de voetbalziel. Maar die ook weer nieuwe kansen schept. Altijd maar weer nieuwe kansen om het goed te doen. Zolang er WK’s worden gehouden is er nog niets verloren. Laten we het verleden laten rusten in stilte. Laten we leven in de toekomst.

Door Jochem

maandag 3 januari 2011

Eer

Afgelopen donderdag dronk ik bier in een café. Weldra moest ik plassen. Om bij de wc te komen moest ik eerst door een deur tot in het voorportaal met de wasbak. Daarna nog de deur tot de eigenlijke wc. Daar stond een rijtje voor. Ik was niet de enige bierdrinker. Onder het wachten ving ik luid en duidelijk het gesprek op van mensen in het café. Of eigenlijk meer een monoloog, met gedragen stem. Ik wist niet van wie. Ik wist niet tegen wie.

Weten jullie wie er dood is? Stilte. Frans de Munck. Dat was een keeper. De beste van zijn tijd. De zwarte panter noemden ze hem. In zijn beste dagen speelde hij bij Keulen. En Keulen was toen de beste van Duitsland. Hij was daar toen de eerste keeper, en op de bank zat de keeper van het Duitse elftal. Jaaa, dat was een goeie hoor. Indrukwekkend. Maar nu is ‘ie dood.

Als ik uit de wc kom negeer ik het kraantje. Ik loop door de deur en kijk om me heen. Het is te druk. Ik kan de spreker niet met zekerheid identificeren. Thuis gekomen surf ik naar de website van de 1e FC Köln. Geen woord over die legendarische doelman, die zoveel ballen tegenhield. Misschien heeft die keeper van die Mannschaft daar nu wel een bestuursfunctie. Geen eerbetoon van de club voor haar doelman. Maar wel één van een onbekende man in zomaar een café. Het is niet onopgemerkt gebleven.

Door Jochem

zaterdag 1 januari 2011

Nee toch (2)

Het zet je even aan het denken, die vergelijking tussen De Wissel en De Finale.

De Wissel: langzaam binnenvallende wanhoop: hij zit fout, dit kan niet waar zijn, het is niet waar, het is wel waar, hij rijdt daar voor niks. Stilte voor de storm. Daar is de wanhoop al in de ogen van Kemkers, nog een paar rondjes niemandsland, Kramer rijdt uit, Kemkers rijdt naar hem toe alsof hij een relatie uit moet maken zonder dat de ander daar een idee van heeft, nu weet Kramer het ook. Niets dan machteloos medelijden. De 10 kilometer van 2010 is niets meer waard, voor niemand. Het is verschrikkelijk, maar ik moet blijven kijken.

De Finale: langzaam opgebouwde hoop. Het echte geloof dat het kan gebeuren. Niet iets waar we recht op hebben, maar niemand heeft hier recht op. De hoop is er, het kan echt gebeuren, maar de afloop blijft volledig onzeker zolang er niet wordt gescoord. De kansenverhouding is hiervoor irrelevant, het spelbeeld ook. De kans van Robben: zodra de bal de teen van Casillas raakt is ook deze onbelangrijk, pas naderhand neemt het moment zijn plaats in als het punt dichtst bij de titel. Het doelpunt van Iniesta: de weegschaal klapt in een keer diep uit evenwicht. Absolute zekerheid dat dit niet meer goedkomt. Ik heb geen seconde meer gezien.

vrijdag 31 december 2010

Nee toch

Het is natuurlijk vloeken in de kerk, maar ik ga het toch doen.

Tijdens een citatenpuzzel die ik ieder jaar maak in Trouw (zoek bij 100 citaten de juiste persoon – zonder hulp van Google) beleefde ik een pijnlijk sportmoment nog eens. Zonder beeld, maar de woorden riepen die direct op. Net als de emoties.

De citaten:

“Hij stuurde me naar binnen.”

En:

“Nee toch! Nee toch! Nee toch! Nee toch! Nee toch! Ach, stop maar jongen.”

Inderdaad, Sven Kramer die de binnenbocht in plaats van de buitenbocht pakt op de 10 km, het nummer waar hij naar een gouden plak op de Olympische Spelen reed (logisch, want al jarenlang wint hij iedere 10 km met twee vingers in de neus).

Wat is er erger aan een schaatser die een gouden plak mist (terwijl hij er op de 5 km wel gewoon een had) dan de teen van Casillas die Robbens kans tegen Spanje onschadelijk maakt? Of dan Iniesta die in de laatste minuut van de verlenging Spanje wereldkampioen maakt?

Leg dat maar eens uit. Een poging.

Robben mist, maar dat gebeurt vaker. Iniesta scoort, maar dat gebeurt vaker. Maar een schaatser die de binnenbocht pakt terwijl hij buiten moet zitten, gebeurt nooit. En wat helemaal nooit gebeurt is dat die schaatser – de beste van de wereld – naar binnen gaat omdat zijn coach aan de kant dat tegen hem zegt. En daar zit de crux. Het moment van Kramer is een drama in de relatie tussen coach en sporter. Het is niet de fout van Kramer (zoals bij Robben), maar een fout van de een die de ander gebracht heeft waar hij is.

De boosheid, de woede, de teleurstelling. Waren we boos op Robben? Op Van Marwijk? Op Iniesta (oke, het is natuurlijk een zakkenwasser), maar boos? We waren trots op Oranje, op wat zij hadden bereikt. M

Maar Kemkers en Kramer, dit was, nou ja, laat Erben Wennemars het maar vertellen en je snapt het direct.

Morgen een reactie op Voetwerk. Is De Wissel erger dan De Finale?

maandag 27 december 2010

WC

Ineens was ‘ie daar. Het was te verwachten. Het eind van het jaar, dus tijd voor de overzichten. Ik zag Oranje tegen Spanje. Er werd een pass verstuurd en ik zag een Spanjaard op Stekelenburg afgaan. Pas toen had ik het door. Dit is Iniesta die Spanje wereldkampioen maakt. Eigenlijk was dit de eerste keer dat ik de goal, op normale snelheid, zag.

Dat zit zo.

De finale keek ik met een grote groep vrienden. Ik zat niet lekker, op een houten vloer, en moest plassen van het bier dat we zenuwachtig dronken als het water uit een bidon bij een snikhete zomervoetbalwedstrijd.

Nog even en dan gingen we penalty’s nemen. Ik hield het niet meer, dus vloog de kamer uit en ging naar het toilet. Ik plaste lang. Toen kreeg ik de deur niet meer open. Het is mijn grootste angst, opgesloten raken in een toilet, en uitgerekend nu zat ik vast. Ik duwde. Probeerde het nog eens. Trapte tegen de deur. En zei toen: ‘ Oke, even rustig’. (Maar hoe was dat mogelijk?! We stonden in een finale en binnen korte tijd wisten we of we wereldkam pioen waren, of niet.) Ik pakte mijn telefoon en begon al te bellen naar een maat. Voor dat de telefoon over ging, hing ik op. Ik kan moeilijk iemand weg halen bij de laatste minuten van de WK-finale. Adem in, en uit. Draai rustig aan het slot. En het ging open.

Ik rende over de gang. Toen ik de deur van de kamer opende, keek ik recht in droevige gezichten, op tv zag ik in een herhaling hoe een Spanjool de 1-0 maakte. Ik ging zitten, deed alsof er niets aan de hand was, en treurde mee. De opluchting van de vrijheid was in een klap weg, ik had er nauwelijks over na kunnen denken. Het was alsof ik niet was opgestaan en de 1-0 er live in had zien vliegen.

Maar toen Nederland het WK verloor, zat ik op een plee.

Vandaar dat ik in het jaaroverzicht pas zo laat door had dat wat ik zag was wat ik helemaal niet wilde zien. Eigenlijk had ik die goal nooit op de snelheid van het hier en nu willen zien. Zodat ik kon denken dat het zich alleen in een film, in een slowmotion, had afgespeeld.