woensdag 4 mei 2011

Fietsen

Ik kan - op laag niveau - goed voetballen. Maar het voetballen is op. We zijn al kampioen en al twee weken vrij. Ook volgende week staat er niets op het program, pas op 15 mei spelen we weer, voor het laatst dit jaar.

Dus ben ik gaan fietsen. Want het wielerseizoen is net begonnen. Maar dat kan ik niet, ook nog niet op laag niveau.

Zondag zat ik met twee vrienden in de wind. Hoewel, ik zat veelvuldig uit de wind, want op kop fietsen was zwaar. Tijdens de rit, toen ons treintje haperde en ik bijna op het asfalt lag, schoot het er in. De pijn.

Ook op het voetbalveld gebeurt het geregeld. Na een lange sprint, een te enthousiaste kapbeweging, of een onverwacht schot. Maar ook dan is het mogelijk een wedstrijd uit te spelen. Wat korte passes, positie kiezen door twee stappen opzij te doen, of een ander een aanwijzing te geven.

Maar op de fiets valt niet te schuilen.

Op de terugweg van de tocht zei ik tegen de anderen dat ze nog maar even moesten gaan, nog een even een sprintje moesten pakken. Als bij een corner: "Gaan jullie maar, ik blijf wel hangen."

Ze schoten weg. Langs het kronkelende water zag ik ze vliegen. Twee gekleurde truitjes in het groene landschap. Dat maakte de dag toch nog even goed.

maandag 2 mei 2011

De laatste wedstrijd

Hij deed het licht in de woonkamer uit en liep naar boven, naar één van de slaapvertrekken. Het was een mooi weekend geweest, na al die tegenvallers van de laatste tijd. Eindelijk had zijn club, Arsenal, weer eens gewonnen van het gehate Manchester United. Het had hem wat rust gegeven. Echt rustig was hij eigenlijk nooit.

Hij was al lang fan van Arsenal, al sinds hij voor zijn werk in 1994 drie maanden in Londen had verbleven, en er een aantal wedstrijden voor de Europacup II had bijgewoond. Het meest was hem het fanatisme van de supporters bijgebleven. Schitterend, als mensen zo hartstochtelijk om iets gaven. Toen hij uit Londen vertrok had hij een Arsenal-shirt meegenomen. Voor zijn zoon, die ook nu hij al volwassen was nog bij hem in huis woonde. Hij zag lang niet al zijn zoons nog, hij had er vele. Jammer dat hij waarschijnlijk nooit weer een keer naar een wedstrijd zou kunnen.

De gordijnen in de slaapkamer waren nog open, hij liep naar het raam. Zou Arsenal nog een kans maken? Man U moest ook nog tegen Chelsea, er kon nog van alles gebeuren. Stond daar nou iemand op het dak aan de overkant? Nee, nu zag hij niets meer. Hij sloot de gordijnen. Komend weekend Stoke City uit, altijd lastig.

In de verte klonk het aanzwellende geluid van een Blackhawk-helikopter.

(Wellicht op waarheid gebaseerd)

Pannenkoek

We keken in spanning. Heerenveen - Ajax. Vandaag moest het gebeuren. Bij winst hadden we een kans om twee weken later kampioen te worden, in eigen stadion. Maar zeker was ik niet. Heerenveen uit, typisch zo'n wedstrijd waar Ajax het laat liggen.

Later op de avond zei Frank de Boer dat Amsterdam snakt naar de derde ster op de borst. Een ster staat voor tien kampioenschappen. Ajax wacht al jaren op het dertigste. Het credo 'de derde ster' is eigendom van een malloot die twee jaar geleden Van Basten toeschreeuwde - "He Marco, pannenkoek" - toen het Ajax weer niet was gelukt kampioen te worden. Uitgerekend na puntverlies tegen Heerenveen.

Vanaf de tribune, riep hij, met forse klappen op zijn borst: "Daar doe je het toch voor?! Die derde ster."

Ook nu leek het mis te gaan, toen Ajax 1-0 achter kwam. Maar het werd snel 1-1.

Of het gepland was, weet ik niet. Maar een van ons had pannenkoeken meegenomen voor tijdens de wedstrijd. Ik at er een met stroop. En terwijl ik een hap nam, scoorde Eriksen de 2-1. De weg naar de derde ster bleef open.

dinsdag 26 april 2011

Speech

- “Dirk roept ook altijd wat.”

- “Wat?”

- “Altijd hetzelfde.”

Khalid Boulahrouz heeft net verteld over een van Mourinho's tactieken. De trainer wijst tijdens de warming-up een speler aan die net voor de wedstrijd in de kleedkamer een speech moet houden. Rafael van der Vaart luistert naar Khalid. Maar gelooft er weinig van.

Rafael vertelt over Oranje. Daar wordt ook voor de wedstrijd nog gesproken. Dirk doet dat dus ook, zegt hij. Net als Robben.

- “Robben roept ook altijd wat.”

- “Wat dan?”

- “Ja, gewoon, ‘kom op, we moeten winnen vandaag’”

Even wat roepen, voor de motivatie. Maar voor Rafael hoeft dat allemaal niet. Die hoef je dat niet meer te vertellen. Ook hij weet dat je goed je best moet doen, dat er vandaag gewonnen moet worden en dat we ervoor moeten gaan.

Ik weet wat hij wil horen.

Het is het zinnetje dat in ons eerste seizoen in de achtste klasse – we verloren veel, en eindigden een na laatste – over het veld ging als we merkten dat het dit keer weer niet ging lukken en de 4-0, of 5-0 ons de das om deed:

“Gewoon lekker voetballen, jongens.”

Dan speelt Rafael zijn beste wedstrijden.

maandag 25 april 2011

Drie tegen drie

Drie tegen drie is schitterend. Drie tegen drie is een kunstvorm, een zeer zuiver voetbalspel. Twee tegen twee is te moeilijk, want je keuze is te beperkt. Vanaf vier spelers begint het op een echt partijtje te lijken, en dat is iets heel anders. Drie tegen drie geeft altijd drie keuzes: links afspelen, rechts afspelen of rechtdoor, langs de man die er altijd is zodra je maar heel even de tijd neemt.

Aanname, opkijken: bam, daar staat ie al, geconcentreerd zijn ogen op de bal. Nu is het afspelen, en dan snel, sprint er langs, als ie nou meteen door...ja, nu lopend aannemen, twee passen naar de hoek, de derde man komt inlopen, zijn bewaker net te laat, terugleggen en paf, het stalen doeltje schudt ervan.

Prachtig, voor even.

Vastberaden rolt de tegenstander de bal het veldje weer in, hij bekijkt zijn opties. Zijn medespelers kruisen voor je langs. Opletten nu, ogen op de bal.

maandag 18 april 2011

Feest

Tuurlijk speelden we in een feestopstelling. We waren immers kampioen. Nu was het tijd de rollen om te draaien: de doelman in het veld, veldspeler in het doel, verdedigers in de aanval, en de aanval in de verdediging.

Het was lekker weer, meer niet. Ons spel was matig. We creëerden veel kansen, maar misten. We gaven kansen weg, dus zij scoorden.

Maar we hadden plezier. Gelaten visten we ballen uit het net, gelaten zagen we de ballen over vliegen.

Ik stond in het doel. Een voorzet vloog er pardoes in, en bij een hoge bal ging ik niet vrijuit. Dat ik een penalty pakte, lag meer aan de kracht van het schot, dan aan mijn kunsten. Langzaam realiseerde ik me een ding: iedereen hoort waar hij het hele jaar al speelt. De verdediger achterin, de aanvaller voorin. We speelden gelijk: 3-3. Twee van de drie doelpunten van hen kwamen van onze eigen spits, die meedeed met de tegenstander omdat ze een tekort aan materiaal hadden. Zodoende wonnen we toch nog ergens.

Het was leuk, zo'n wedstrijd die nergens meer om gaat, in de zon, met wat gedol.

Nog één wedstrijd mogen wij als kampioen spelen, en volgend jaar nog een heel jaar. Een jaar in de feestopstelling zal ons weinig goeds brengen. Maar wij zijn kampioen, ja wij zijn kampioen.

woensdag 13 april 2011

Kampioen deel 7 (slot)

Hoe dat nou precies gaat? Ongeveer, maar dan ook maar bij benadering, zo:

Ik ben eruit gewisseld, 1-0 voor, 90e minuut, de spanning zit nog vol op de wedstrijd. Weer een aanval van ons, voor die bevrijdende. Dit ziet er kansrijk uit, dit moet em worden, de definitieve genadeklap annex startschot voor de euforie. Moeilijk te zien dat verre strafschopgebied, zat ik maar hoog in een stadion, dan had ik wat overzicht en kon ik tenminste zien wat er gebeurde. Beter nog, stond ik nu maar vrij in hun 16, om em erin te peren.

Wat gebeurt er nou, ik zie echt niks. Iemand gaat een paar man voorbij, en legt af, ja, nu gaat ie echt vallen, ja, goal, goal! - Toch? - Ja! De scheids wijst en fluit, explosie in het veld en langs de zijlijn. De scheids fluit weer, drie keer deze keer! Afgelopen, het verhaal is uit en het sprookje is begonnen, de explosies in het veld rennen nu naar elkaar toe en verenigen zich in het hossen, in de champagne, in de toespraak van de clubman, in de rondvaart en het feest. De rest van de dag bestaat uit aan elkaar gemonteerde stukjes jongensboekenfilm.

Dit is het eerste, het enige echte kampioenschap. Wat de volgende seizoenen ook brengen, de mooiste dag uit ons voetballeven hebben wij al gehad.