Soms verrassen voetballers je ineens met een paar rake opmerkingen. Vaker is het iemand die net buiten het voetbal staat. Nog vaker is het iemand die niets met voetbal te maken heeft.
De nieuwe hoofdcoach van Chelsea – oud-speler Roberto Di Matteo – sprak in een wedstrijdvoorbereiding (“Ben blij dat X weer terug is, daar worden we beter van”) plotseling over vriendschap.
“Ik weet niet hoeveel vrienden jullie hebben, maar ik heb helemaal geen vrienden. Dus ook niet in de selectie.”
Zo. Geen vrienden. Het moet stil zijn geworden in de perszaal. De journalisten stonden daarvoor nog bij de Mars-automaat. Sloegen wat op elkaars schouders. Er werd gelachen. Journalisten maken er nogal eens een schoolreisje van.
Di Matteo vervolgde zijn filosofische bedenkingen: “Als mensen naar mij toekomen en zeggen: 'ik kwam laatst een vriend van je tegen', dan weet ik dat ze liegen. Ik heb geen vrienden. Dat is de realiteit. Ik ben 41 jaar en door mijn levenservaringen is deze situatie ontstaan. Het kost veel moeite om met mij bevriend te raken, maar dat heeft niets met voetbal te maken. Meer met eerdere ervaringen in mijn leven.”
De journalisten legden hun pennen neer. Vingers hingen slap boven toetsenborden. Een fotograaf keek weg en haalde zijn hand door zijn baard – de denker.
Vrienden? Wat was dat eigenlijk?
Onder de berichtgeving over de uitspraken ontspon zich een discussie over vriendschap. Als voorloper op de boekenweek schreven pubers van 12, 13, 14 (want dat zijn doorgaans de mensen die posten op zo’n blog – scroll er eens voor de grap doorheen) over diepe zielenroerselen.
'De-lano' schreef: “In je hele leven heb je misschien maar 2 a 3 echte vrienden. Die staan namelijk altijd voor je klaar en helpen je overal mee. De rest is maar een stel meelopers die het makkelijk vinden als je er bent. Aangezien di matteo weinig kans heeft gehad om ergens echte vriendschap op te bouwen is zijn verklaring heel logisch.
Ga maar eens na in je eigen leven. Hoeveel mensen buiten je familie om staan er altijd voor je klaar. Hoeveel mensen kan je snachts om 3 uur bellen met een probleem? Het zullen er niet veel zijn.”
Ook ik kreeg het nu even zwaar.
Een andere discussiant: “Ik had niet verwacht dat hij echt geen vrienden zou hebben. Maar dan ook echt géén een vriend.”
Ene ‘The_Bison’ ziet het niet zo somber: “Er zijn genoeg mensen die geen vrienden hebben maar een hechte familie en gezin en daar genoeg aan hebben. Mensen noemen tegenwoordig iedereen vrienden. Als ze even uitgaan en met elkaar dronken worden noemen ze het al vrienden.”
En om het te verduidelijken: “Een vriend is als je een hechte band hebt, dus niet als je alleen 12 biertjes met elkaar achteroverslaat op een zaterdag nacht.”
Ik knik. Inderdaad, The_Bizon, zo zit het.
‘Deplaszak’ vult aan: “kijk als jij naar werk gaat dan ben je toch daar voor werk in eerste instantie ,en ga je buiten je werk je vrienden opzoeken ,nou dat is toch hetzelfde?er zijn zoveel belangen daar ,het lijkt naar buiten toe wel allemaal vriendelijk maar iedereen wilt overleven dusja echte vrienden zul je daar niet 123 maken denk ik.”
Ook is er een verscholen communicatie-professional aanwezig. Niks zieligs met die Di Matteo: “Door te zeggen dat je helemaal geen vrienden hebt, maak je de media meteen mondood. Want ze kunnen nu nooit meer zeggen dat hij aan vriendjespolitiek doet. let maar op deze uitspraak wordt een hype, onder de trainers.”
Die boekenweek kunnen we overslaan, bij een lullige voorbeschouwing voor een zaterdagmiddagpot is alles al gezegd.
woensdag 14 maart 2012
maandag 12 maart 2012
Buurman
Nieuwe buren zijn altijd leuk, als het tenminste niet al te grote mafkezen zijn, een voorbehoud dat in het gemiddelde voetbalstadion helaas niet overbodig is. Sinds het begin van het seizoen zitten er twee jochies naast me, niks mis mee, maar erg enerverend zijn ze ook niet. Een jaar of 14 schat ik, en nogal timide. Hun tongval verraadt dat ze er elke zondag een flinke treinreis voor over hebben om hun club zo gebiologeerd te bekijken.
Vandaag zijn ze er niet, vandaag zit er een vader naast me, en naast de vader zit zijn zoon. De zoon is van de leeftijd van mijn vader, die overigens ook naast me zit, en de vader zal één van de oudsten in het stadion zijn. Hij is vandaag ook één van de meest enthousiaste, denk ik. Waarschijnlijk zijn alleen de allerjongsten en de alleroudsten gevrijwaard van het cynisme van de doorsnee voetbalsupporter. Ik kijk er nu al naar uit. In ieder geval, de vader kijkt continu in het rond, zuigt alles in zich op en verklaart bij elk fluitsignaal aan zijn zoon wat er gaat gebeuren:
'Corner. Janssen zal die gaan nemen.'
Als de keeper van RKC achter elkaar een paar mooie reddingen maakt, zoekt hij in zijn jas naar het programmaboekje, bladert naar de pagina met opstellingen, en wijst met zijn vinger de naam aan.
'Jeroen Zoet', zegt hij, en proeft de naam. Die wordt onthouden, een privilege wat waarschijnlijk niet veel andere spelers vandaag wordt gegund.
Als er even later wordt gescoord, springt het stadion op, en iedereen klapt. Mijn buurman niet, die zwaait met zijn dubbelgevouwen programmaboekje.
Vandaag zijn ze er niet, vandaag zit er een vader naast me, en naast de vader zit zijn zoon. De zoon is van de leeftijd van mijn vader, die overigens ook naast me zit, en de vader zal één van de oudsten in het stadion zijn. Hij is vandaag ook één van de meest enthousiaste, denk ik. Waarschijnlijk zijn alleen de allerjongsten en de alleroudsten gevrijwaard van het cynisme van de doorsnee voetbalsupporter. Ik kijk er nu al naar uit. In ieder geval, de vader kijkt continu in het rond, zuigt alles in zich op en verklaart bij elk fluitsignaal aan zijn zoon wat er gaat gebeuren:
'Corner. Janssen zal die gaan nemen.'
Als de keeper van RKC achter elkaar een paar mooie reddingen maakt, zoekt hij in zijn jas naar het programmaboekje, bladert naar de pagina met opstellingen, en wijst met zijn vinger de naam aan.
'Jeroen Zoet', zegt hij, en proeft de naam. Die wordt onthouden, een privilege wat waarschijnlijk niet veel andere spelers vandaag wordt gegund.
Als er even later wordt gescoord, springt het stadion op, en iedereen klapt. Mijn buurman niet, die zwaait met zijn dubbelgevouwen programmaboekje.
vrijdag 17 februari 2012
Hockey
Na een potje zaalvoetbal zaten we - zonder verdere bijbedoelingen - op de tribune van de grote zaal waar dames hockey speelden. We hadden natte haren, aten een boterham, en dronken een sportdrankje.
We waren weinig enthousiast over de sport. Heel de tijd bukken voor de bal en dan dat geforceerde spel met de platte kant van de stick.
Zonder dat we het door hadden, liep de gehele tribune leeg en bleek dat we aanwezig waren bij een training.
De coach sprak de groep toe. "Bijna iedereen is weg dames, op een paar na."
Oei.
In een klap waren wij kleine jongetjes die stiekem bij de meisjes gluurden.
Geruisloos vertrokken we. We hoorden nog net de coach: "Laat de bal lekker snel rondgaan. Niet gaan brengen. Lekker combineren."
Op de trappen konden we de riedel aanvullen:
"... en gewoon lekker blijven hockeyen."
Het klonk vreemd.
dinsdag 10 januari 2012
CD
In een grote vakantieopruimbui kwam ik een leeg cd'tje tegen. Ook vond ik een doosje waarop 19 nummers stonden met de namen van ons voetbalteam. De rugnummers. Ik had het cd'tje al in de prullenbak gegooid - geen idee wat dit voor troep was, en tijdens zo'n bui moet je onverbiddelijk zijn - maar pakte het terug. Ik stopte het in de computer en na het horen van drie nummers, allen bestaande uit een fragment van slechts twintig seconden - vaak opzwepende of foute - muziek, herinnerde ik me een e-mailconversatie van het team.
"We nemen een gettoblaster mee."
"En dan iedereen zijn nummer."
"En als je dan scoort..."
Zoiets.
Speciaal voor onze kampioenswedstrijd maakten we deze cd. We wonnen en scoorden twee keer, maar ik kan me niet herinneren een klank vanaf de kant gehoord te hebben, op het gejuich van de bank en van de meegereisde supporters na. Hadden we wel een stereo bij ons? Waren de boxjes te gaar? Of had niemand er erg in om het juiste liedje op te zoeken en op play te drukken?
Ach, we werden kampioen, en dat zijn we nog de hele tweede seizoenshelft.
Ik heb de cd bewaard, maar of we hem dit jaar nog veel nodig zullen hebben, ik betwijfel het.
"We nemen een gettoblaster mee."
"En dan iedereen zijn nummer."
"En als je dan scoort..."
Zoiets.
Speciaal voor onze kampioenswedstrijd maakten we deze cd. We wonnen en scoorden twee keer, maar ik kan me niet herinneren een klank vanaf de kant gehoord te hebben, op het gejuich van de bank en van de meegereisde supporters na. Hadden we wel een stereo bij ons? Waren de boxjes te gaar? Of had niemand er erg in om het juiste liedje op te zoeken en op play te drukken?
Ach, we werden kampioen, en dat zijn we nog de hele tweede seizoenshelft.
Ik heb de cd bewaard, maar of we hem dit jaar nog veel nodig zullen hebben, ik betwijfel het.
donderdag 5 januari 2012
Opening (2)
Grote stap, kleine stap.
Ik loop de onregelmatige loop van een pijnlijke enkel. Ik was te moe, het was kunstgras, het regende en waaide en ik maakte een verkeerde stap. Misschien had ik niet moeten gaan, misschien had ik thuis uit moeten rusten. Het was de eerste training na de winter, we hoeven pas over drie weken het veld weer op, en de helft komt toch niet opdagen. Ik had zin om te voetballen. Nu loop ik maar naar huis, dat is goed voor de doorbloeding.
Langzame stap, snelle stap.
Drie tegen drie, schitterend potje. We waren pas net begonnen. Als je uitgeput bent kun je best voetballen, het is alleen lastiger om alles in de gaten te houden, je wereld is wat kleiner. Bij elf tegen elf is dat vervelend. Als je net genoeg concentratie op kunt brengen om naar de bal te blijven kijken, dan mis je wel eens een doorkomende middenvelder. Bij drie tegen drie gaat het beter, die paar man en die bal pasten nog wel in mijn tunnelvisie. Nou ja, tot ik door die enkel ging natuurljk.
Lange stap, korte stap.
Ik loop langs het veld waar het eerste net hun training afsluit. De trainer zegt tegen zijn team: 'pas komende week goed op jezelf'. Hij bedoelt: op tijd naar bed, goed eten, niet teveel drinken. Dat soort dingen.
Mag ik goede voornemens nu ook nog indienen?
Ik loop de onregelmatige loop van een pijnlijke enkel. Ik was te moe, het was kunstgras, het regende en waaide en ik maakte een verkeerde stap. Misschien had ik niet moeten gaan, misschien had ik thuis uit moeten rusten. Het was de eerste training na de winter, we hoeven pas over drie weken het veld weer op, en de helft komt toch niet opdagen. Ik had zin om te voetballen. Nu loop ik maar naar huis, dat is goed voor de doorbloeding.
Langzame stap, snelle stap.
Drie tegen drie, schitterend potje. We waren pas net begonnen. Als je uitgeput bent kun je best voetballen, het is alleen lastiger om alles in de gaten te houden, je wereld is wat kleiner. Bij elf tegen elf is dat vervelend. Als je net genoeg concentratie op kunt brengen om naar de bal te blijven kijken, dan mis je wel eens een doorkomende middenvelder. Bij drie tegen drie gaat het beter, die paar man en die bal pasten nog wel in mijn tunnelvisie. Nou ja, tot ik door die enkel ging natuurljk.
Lange stap, korte stap.
Ik loop langs het veld waar het eerste net hun training afsluit. De trainer zegt tegen zijn team: 'pas komende week goed op jezelf'. Hij bedoelt: op tijd naar bed, goed eten, niet teveel drinken. Dat soort dingen.
Mag ik goede voornemens nu ook nog indienen?
Opening (1)
Als ik het sportcomplex oprijd, is het er ineens. Ik zie het eerste elftal trainen en denk: je zou dat maar iedere week vier keer moeten doen.
Eén van de assistenten - het eerste speelt in de eerste klasse, dus het mag aan niets ontbreken - raapt hesjes op langs de kant, en verzamelt de ballen.
De trainer roept: 'Kom maar mannen. Kom op.'
En de keeper na een actie tegen een van zijn verdedigers: 'Hij is niet meer belangrijk dan, hè. Man met bal pakken.'
Ja. Denk ik. Inderdaad, dat weet die verdediger ook wel. En als ik even sta te kijken, hoor ik de trainer ook niets nieuws vertellen.
Ik weet niet wat het is. Misschien komt het doordat ik de trainer onlangs op een zaterdag op de markt tegenkwam. Met bos bloemen in zijn hand. Net achter zijn vrouw en dochter. En dan meekijken hoe er een pond boontjes besteld wordt. Weg mystiek.
Het was weinig op die eerste training van het seizoen. Misschien was het wel gewoon het ontstellende kutweer.
Eén van de assistenten - het eerste speelt in de eerste klasse, dus het mag aan niets ontbreken - raapt hesjes op langs de kant, en verzamelt de ballen.
De trainer roept: 'Kom maar mannen. Kom op.'
En de keeper na een actie tegen een van zijn verdedigers: 'Hij is niet meer belangrijk dan, hè. Man met bal pakken.'
Ja. Denk ik. Inderdaad, dat weet die verdediger ook wel. En als ik even sta te kijken, hoor ik de trainer ook niets nieuws vertellen.
Ik weet niet wat het is. Misschien komt het doordat ik de trainer onlangs op een zaterdag op de markt tegenkwam. Met bos bloemen in zijn hand. Net achter zijn vrouw en dochter. En dan meekijken hoe er een pond boontjes besteld wordt. Weg mystiek.
Het was weinig op die eerste training van het seizoen. Misschien was het wel gewoon het ontstellende kutweer.
Darts
Van sommige spelers hoef je geen karikatuur te maken om er wat over te kunnen schrijven. Hoef je niet te verzinnen dat ze na een verloren wedstrijd geen zin hebben om thuis te treuren, besluiten naar een kroeg op de hoek te gaan en er te gaan darten.
Want ze doen het gewoon.
Mario Balotelli - behoeft de miljoenenspits van Manchester City introductie? - trok naar een stamkroeg na een verloren wedstrijd en begon te darten. Maar dat kon hij helemaal niet. Hij zetten 50 pond op ieder potje dat hij speelde met de kroegeigenaar. Maar hij verloor keer op keer.
Zie je het? Deze man bij het dartbord. Schreeuwende en lachende kroegtijgers om hem heen. iPhones die alles vastleggen.
Toen was het mooi geweest en vertrok Balotelli. Hij liet 1000 pond na. Voor ieder een paar pints.
Want ze doen het gewoon.
Mario Balotelli - behoeft de miljoenenspits van Manchester City introductie? - trok naar een stamkroeg na een verloren wedstrijd en begon te darten. Maar dat kon hij helemaal niet. Hij zetten 50 pond op ieder potje dat hij speelde met de kroegeigenaar. Maar hij verloor keer op keer.
Zie je het? Deze man bij het dartbord. Schreeuwende en lachende kroegtijgers om hem heen. iPhones die alles vastleggen.
Toen was het mooi geweest en vertrok Balotelli. Hij liet 1000 pond na. Voor ieder een paar pints.
Abonneren op:
Posts (Atom)