dinsdag 16 november 2010

Team

Oke, één zin over Ajax. Dan is het genoeg geweest.

Na het verlies tegen AZ zei Ajax-aanvoerder Luis Suarez dat de spelers van Ajax niet voor elkaar door het vuur gaan: "We zijn geen team."

Zo, dat was Ajax. Nu FC Twente.

Is dat een team? Ik merk regelmatig dat Ajacieden moe worden van het gedweep met FC Twente. Iedereen vindt de Tukkers sympathiek. Ze spelen leuk voetbal. Zijn nuchter en realistisch, geen kapsones.

Tja. Daar zit wat in.

Dat Twente een team is zagen we dan in ieder geval zaterdagavond. Twente verloor in de laatste minuut na een te korte terugspeelbal van de jonge linksback Leugers. Hij speelt pas een paar wedstrijden voor Twente - en verdienstelijk. Tot die terugspeelbal. Te kort. Erger dan een eigen doelpunt is zien dat jouw pass traag over het veld rolt en te kort is.

Leugers viel op de grond en leek ontroostbaar. Twente verloor door zijn fout. Maar daar kwam Theo Janssen. Hij sloeg een arm om zijn pupil. Leugers verdronk in de getatoeëerde armen van Theo. Als een kind dat huilt op moeders borst. (video, vanaf 8.42)

zaterdag 13 november 2010

Buitenspelers (deel II)

Ajax dreigt weer eens flink achterop te raken in de titelrace en dus laaide de kritiek de afgelopen week flink op. De verdediging, de scouting en de opleiding waren al eerder nadrukkelijk het haasje, en nu was het de beurt aan de buitenspelers. Of eigenlijk het gebrek daar aan. Voor de duidelijkheid: het gaat dan om de klassieke buitenspelers. De spelers met krijt aan de schoenen. Want spelers met een actie, die heeft Ajax voorin genoeg.


Ik merk dat ik mij het meest kan vinden in de kritiek van Marc Overmars. Er wordt te kritisch naar (buiten)spelers gekeken. Een goed voorbeeld is er eentje uit eigen ervaring. Ik betrapte mezelf er namelijk op tijdens Ajax A1 - De Graafschap A1, een wedstrijd die een aantal weken geleden op De Toekomst werd gespeeld. Mijn blik viel in eerste instantie op de snelle en atletische rechtsbuiten Jody Lukoki.

Na twintig minuten zonder geslaagde actie gingen de eerste twijfels door mijn hoofd. 'Hij is blind' of 'hij weet niet wanneer hij de actie moet inzetten'. Ik bleef op hem letten, maar dan alvast extra kritisch. De kentering kwam pas na een aantal geslaagde acties. Ik zag de bluf en het zelfvertrouwen terug die hoort bij een speler met zijn fysieke en technische kwaliteiten. Ajax verloor de wedstrijd met 2-5, maar Lukoki moest toch zeker ook positief beoordeeld worden.

Hoe goed en klassiek moet een buitenspeler nu werkelijk zijn? Gaat Cristiano Ronaldo nooit uit stand een kansloze actie aan? Slaat Lionel Messi nooit een medespeler over om voor eigen succes te gaan? Trekt Arjen Robben niet het liefst vanaf rechts naar binnen, zodat hij bij z'n linker been uit kan komen? Natuurlijk wel. Deze wereldsterren hebben ook hun gebreken. De vraag is: Als zij het al hebben, hoe konden de verantwoordelijken bij Ajax het Jeremain Lens, Nordin Amrabat, Eljero Elia (allen eigen opleiding), Nacer Chadli of Dries Mertens (scouting) dan kwalijk nemen?

Zag men dan daadwerkelijk alleen de mindere kant van hun spel? Waren het slechts te luie of te kleine spelers met een gebrek aan overzicht of een goede voorzet, in plaats van spelers met lef, een duidelijke functie en een positieve impuls voor het elftal? Nog los van wat je van bovenstaande spelers vindt, denk ik dat ze alle vijf iets aan het huidige Ajax zouden toevoegen. Simpelweg vanwege de positie waaraan zij invulling zouden geven.

In essentie gaat het hele debat volgens mij over de functie van de buitenspeler. Een buitenspeler kan een slechte dag hebben, waarbij slechts twee van de tien acties lukken. Hij kan zijn tegenstander tien keer passeren, maar slechts één goede voorzet afleveren. Maar hij staat er. Hij houdt het veld breed. Hij zorgt voor diepgang op de vleugel. Hij zorgt er voor dat de back constant rugdekking nodig heeft. Dat de verdediging uit elkaar getrokken wordt. Dat het minder makkelijk is voor de tegenstander om de eigen zestien vol te gooien en iedere combinatie over de grond onmogelijk te maken. Dat de back wel twee keer nadenkt voordat hij opkomt, en hij er na zeventig minuten doorheen zit.

Een goede buitenspeler heeft zowel bij balbezit als bij balbezit van de tegenstander een belangrijke taak binnen het elftal. Daar gaat het volgens mij om. Met Luis Suarez en Urby Emanuelson op de flanken heeft Ajax geen spelers die de tegenstander uit elkaar trekken. En zo kon het gebeuren dat de verdediging van ADO Den Haag een hele middag de meeste aanvallen simpel kon pareren.

Uiteindelijk heeft het leeuwendeel van de fanatieke voetbalkijkers een haat-liefdeverhouding met de buitenspeler. De buitenspeler is, zeker in zijn jonge jaren, vaak flegmatiek of wispelturig. Jeremain Lens heeft er heel lang over gedaan om serieus in aanmerking te komen voor een basisplek bij AZ, maar toen het eenmaal ging lopen kwam hij bij het Nederlands elftal en werd hij overgenomen door PSV. Eljero Elia gaf de technische staf van ADO Den Haag weinig reden om hem op te stellen, maar kreeg het vertrouwen van FC Twente, waarna er een lichtje ging branden en hij het ook tot Oranje schopte en bovendien een buitenlandse transfer maakte.

In mijn ogen zijn spelers met zulk puur talent het waard om tijd en moeite in te steken. Talentvolle buitenspelers zijn geen jongens die je op hun zeventiende wegstuurt uit de jeugdopleiding of na een aantal slechte wedstrijden af scout. Het zijn spelers waar je geduld mee moet hebben en die je speeltijd moet gunnen. Thuiswedstrijden tegen Willem II of Veendam zijn daar voor een jong talent de ideale mogelijkheid voor. Martin Jol bracht tegen Veendam echter Mido, André Ooijer en Teemu Tainio als invallers in het veld. Voor een talentvolle, authentieke buitenspeler als Florian Jozefzoon kan de situatie onder Jol met een zak van tien miljoen euro dus alleen maar verslechteren.

Door De Scout

donderdag 11 november 2010

Buitenspelers

En zo gaat het iedere keer. Eind van het jaar mist Ajax de boot (Vincent zei dit weekend al dat zolang de herfst bestaat, Ajax geen kampioen kan worden) en na tegenvallende resultaten laait de discussie op. Waar eerst Ajax’ verdediging het moest ontgelden, zijn het nu de buitenspelers.

“Waar zijn de jongens met krijt aan de schoenen?” “Waar is het klassieke Ajax-systeem, 4-3-3?”

Nog voor Ajax van ADO verloor vertelde John van den Brom, oud-Ajacied en huidig hoofdcoach van ADO, dat hij Chadli (iedere week succesvol bij FC Twente) en Mertens (held van FC Utrecht en reeds international) verschillende malen bij Ajax aanbood. Hij werkte met de twee vleugelaanvallers bij AGOVV. Maar Ajax zei nee.

Logisch, want zelfs Sulejmani, gekocht voor een slordige 16 miljoen, is niet goed genoeg voor Ajax-coach Martin Jol. (Zie ook stuk van Willem Vissers in de Volkskrant)

Iwan Tol sprak met de beste buitenspelers uit het Ajax-verleden: Sjaak Swart en Marc Overmars. Zijn ze er nog, anno 2010, die buitenspelers? Of zit het probleem dieper? (Zie stuk van Iwan Tol in De Pers)

Morgen op Voetwerk de mening van De Scout

maandag 8 november 2010

Bos

Ik lig nog in bed te doezelen als ik hoor dat de wedstrijd is afgelast.

Zucht.

'Ik kan wel janken', lees ik op de mail. Er worden verwoede pogingen gedaan om de dag te redden: het programma van de Eredivisie komt voorbij en ik lees over Liverpool-Chelsea in de pub.

Gelukkig kan ík met de familie mee naar het bos. Ook leuk. Aldaar leg ik met een pakkende vergelijking (bij een ieder een ander) onwetenden nog even uit hoe naar dat gevoel van een afgelaste wedstrijd is. Op zondag kun je het voetbal niet loslaten.

Dus maakt mijn hart een sprongetje als midden in het bos een veldje, bez
aaid met de herfst, opduikt. Bomen vormen de lijnen. Twee doelen, van echt houtwerk.

Even niet

Even dacht ik dat ik het voetbal maar tijdelijk voor gezien moest houden. Ik woon in Brussel, dus om de wedstrijden van mijn club te zien ben ik aangewezen op kroegen (voor de Champions League) en internetstreams (voor de Eredivisie). Dit is niet altijd een onverdeeld genoegen, en na Auxerre-uit had ik al weinig trek in het op een bibberig streampje op mijn laptop kijken naar ADO-thuis.

Lang verhaal kort, na de wedstrijd was mijn humeur danig verslechterd en zat ik met de rest van de dag open, want ik had weinig zin om naar de concurrentie in de Eredivisie te kijken. Even geen voetbal meer.

Helemaal viel er echter niet aan te ontkomen, aangezien er voor vandaag nog een tochtje naar het Constant Vanden Stock-stadion op het programma stond, om kaarten te halen voor de wedstrijd, sorry, match RSCA - Charleroi van 27 november. Ik nam de metro naar de verpauperde wijk Anderlecht, want daar hebben we het natuurlijk over, en liep achter wat stewards aan richting stadion. Het stadion staat middenin een woonwijk, en aangezien vanavond de topper tegen Club Brugge werd gespeeld, was er veel volk in paars-witte sjaals op de been. Voor elf euro per stuk kocht ik staanplaatsen achter het doel, en voor ik het wist had ik enorm veel zin om naar het voetballen te gaan. Het slechte humeur was verdwenen, het was Ajax geweest dat me zo in mineur had gebracht. Misschien moest ik maar wat minder met m'n eigen club bezig zijn de komende tijd. Even voor Anderlecht, dus.

Om mijn nieuwgevonden clubliefde te ondersteunen liep ik naar een kraam met supportersparafernalia. Even keek ik rond, maar uiteindelijk kwam er maar één artikel in aanmerking:

vrijdag 5 november 2010

Media (deel II)

Eerder schreven we over hoe makkelijk voetballers praten als je een microfoon voor hun mond houdt. Dat wil zeggen, hoe makkelijk ze over ieder onderwerp in voetbaltaal antwoorden. Toen was het Urby Emanuelson die zijn haar had geknipt. Maar nu dit.

Vier spelers van Heracles Almelo hebben een zware training gehad, lopen de kleedkamer in, kleden zich uit, douchen en drogen zich af.

Niets vreemds, zou je zeggen.

Maar dan staat Glynor Plet, een boomlange spits, met enkel een witte handdoek om zijn middel met een microfoon voor de mond.

“Wat hebben jullie gedaan?”, wordt hem gevraagd. “We hebben net de NIVEA-handdoek getest.” “Hoe beviel het?” “Ja, goed, grote handdoek, droogt lekker af.”

Mark Looms doet ook een duit in het zakje: “Alles moet goed geregeld zijn, en ook een handdoek.”

Of Remko Pasveer: “Je voelt dat het goed zit.”

Ineens begrijp je waarom Heracles Almelo dit jaar zulk heerlijk voetbal speelt. (video)

maandag 1 november 2010

MMO-uit

Zondag was het weer zover: de uitwedstrijd die altijd leuk is. Een garantie voor een goeie pot, aardige tegenstander, maar bovenal een cultclub met unieke figuren op en buiten het veld: MMO-uit.

Met Moeite Opgericht is een club in het Zuid-Hollandse Hoogmade. Wanneer de oprichting plaatsvond en waarom het zoveel moeite kostte heb ik helaas niet kunnen achterhalen. MMO heeft een mooi Hollands complex met twee velden van echt gras, een kantine en een grote molen naast de deur. Een rij bomen omlijnt de velden, daarachter aan alle kanten de sloot en het weiland.

Door de jaren heen hebben we hier unieke tegenstanders gezien, waaronder Sjef, de Turkse bakker-met-grote-snor en architect op het middenveld, die de lijnen uitzette zonder de middencirkel meer dan een keer of drie per wedstrijd te verlaten. Zijn cultstatus had hij niet in de minste plaats te danken aan het gegeven dat hij elke bal, die op een hoogte van meer dan pakweg een halve meter op hem afkwam, op zijn borst aannam.

Ook was er een aantal jaren achtereen opponent Loek, een magere spijker van twee meter twintig, met een enorme blonde haardos die waarschijnlijk zijn hele leven nog niet is geknipt. Vorig jaar had hij op het veld een epileptische aanval, maar nu loopt hij weer rustig op de club rond.

Dit keer is de kleurrijkste figuur niet één van de elf in het shirt van MMO, maar de clubscheidsrechter van dienst. Bij de aftrap kondigt hij al aan volstrekt geen tegenspraak te dulden. Mijn tegenstander meldt dat hij vorige week de wedstrijd na tien minuten om onduidelijke redenen heeft gestaakt. Extreem voorzichtig zijn lijkt het devies. Het eerste halfuur komen we goed door, het is een rustige wedstrijd die we makkelijk gaan winnen. De scheids is inderdaad absurd streng, maar het lukt iedereen zijn grillen te accepteren. Bijkomend probleem blijkt echter dat de scheids de middencirkel nauwelijks verlaat, en niet geneigd is uit de weg te gaan als een duel zijn richting op beweegt.

Tegen het einde van de eerste helft gebeurt het onvermijdelijke. Tijdens een gevecht om de bal loop één van onze spelers tegen de scheids op, hard. Zwijgend stort hij neer, en blijft roerloos liggen, kaarsrecht op zijn rug op het natte veld, met zijn armen langs zijn lichaam. "Nee hè, nu doet ie weer of ie wat heeft", zegt een tegenstander. De enige toeschouwer, een enorme vrouw die de tegenstander af en toe aanwijzingen toeschreeuwt, komt onder luidkeels gelach het veld inwandelen. De scheids ligt nog steeds doodstil op de grond, met wat spelers van beide teams om hem heen verzameld.

Nadat er voor mijn gevoel een eeuwigheid is verstreken, niemand iets noemenswaardigs heeft ondernomen, en ik begin te bedenken hoe we aan het thuisfront moeten vertellen dat we, nou ja, de scheids hebben doodgemaakt, staat hij op, en voor ik het weet blaast hij op zijn fluitje alsof er niks is gebeurd. "Ja, dat doet ie wel vaker", zegt mijn tegenstander. Juist.

Als de bal weer rolt besef ik dat het moment van de wedstrijd voorbij is. Nu is het nog even door, theedrinken, ballen, handjes schudden, omkleden, een broodje bal en naar huis. MMO, tot volgend jaar.