dinsdag 27 maart 2012

Terras

Naast me op het terras zit een echtpaar. Zestigers. Beide net gekleed en gesoigneerd. Op het kopje cappuccino van de vrouw zitten resten rode lippenstift. Een krant ligt op tafel.

Ik lees een boek. Tot ik de man hoor zeggen:

- 'Wigan staat helemaal onderaan. Maar Liverpool staat niet goed. Ze kunnen niet omhoog of omlaag. Die Kenny heeft het niet goed gedaan.'

De vrouw reageert:

- 'Wie moeten ze dan nemen? Ze hebben ook geen geld.'

Nee, lijkt de man te denken, goed punt.

Het is even stil. De vrouw vervolgt:

- 'Misschien Guus Hiddink, die zou eerst naar Chelsea gaan. Of Louis van Gaal.'

Dan wordt het gesprek ruw verstoord. De uitbater komt aanlopen: 'heee, how's life?'

Het gaat vanaf dan over kwaliteitskoffie. Later over een reis door Italië met kennissen.

vrijdag 23 maart 2012

Trainer

Mijn knie werkte niet mee, dus stond ik zondagmorgen in een polder aan de rand van het veld. Niet in een voetbalpakje, maar in een donkere spijkerbroek, met een lange zwarte jas. Nu speelde ik trainer - wat moet je anders langs die kant.

Opeens begreep ik mijn vriendin, die geen vaste supporter genoemd kan worden: een potje zevende-klasse-voetbal bekijken is hard werken.

Toch had het wel wat, dacht ik. Rustig achterover leunen in de dug-out, opstaan en wat langs de kant lopen. En de wissels bepalen.

Maar na de wedstrijd (ruststand 1-0, eindstand 6-0) zag ik in dat je maar weinig kunt doen. Af en toe zette ik het om, omdat we eenmaal niet voor iedere positie een man op de bank hadden zitten. Dus de spits verschoof van voor naar achter, en de back van achter naar voor. Het haalde allemaal weinig uit. Aanwijzingen waren al helemaal onbegonnen werk. Het enige wat nog hielp was af en toe een flankspeler zeggen het veld breed te maken. Meer niet. Ik stond er verloren bij, daar aan de kant.

Ik begreep wat iedere oud-voetballer, getransformeerd tot trainer, iedere week moet voelen: daar in het veld, daar gebeurt het.

woensdag 14 maart 2012

Vrienden

Soms verrassen voetballers je ineens met een paar rake opmerkingen. Vaker is het iemand die net buiten het voetbal staat. Nog vaker is het iemand die niets met voetbal te maken heeft.

De nieuwe hoofdcoach van Chelsea – oud-speler Roberto Di Matteo – sprak in een wedstrijdvoorbereiding (“Ben blij dat X weer terug is, daar worden we beter van”) plotseling over vriendschap.

“Ik weet niet hoeveel vrienden jullie hebben, maar ik heb helemaal geen vrienden. Dus ook niet in de selectie.”

Zo. Geen vrienden. Het moet stil zijn geworden in de perszaal. De journalisten stonden daarvoor nog bij de Mars-automaat. Sloegen wat op elkaars schouders. Er werd gelachen. Journalisten maken er nogal eens een schoolreisje van.

Di Matteo vervolgde zijn filosofische bedenkingen: “Als mensen naar mij toekomen en zeggen: 'ik kwam laatst een vriend van je tegen', dan weet ik dat ze liegen. Ik heb geen vrienden. Dat is de realiteit. Ik ben 41 jaar en door mijn levenservaringen is deze situatie ontstaan. Het kost veel moeite om met mij bevriend te raken, maar dat heeft niets met voetbal te maken. Meer met eerdere ervaringen in mijn leven.”

De journalisten legden hun pennen neer. Vingers hingen slap boven toetsenborden. Een fotograaf keek weg en haalde zijn hand door zijn baard – de denker.

Vrienden? Wat was dat eigenlijk?

Onder de berichtgeving over de uitspraken ontspon zich een discussie over vriendschap. Als voorloper op de boekenweek schreven pubers van 12, 13, 14 (want dat zijn doorgaans de mensen die posten op zo’n blog – scroll er eens voor de grap doorheen) over diepe zielenroerselen.

'De-lano' schreef: “In je hele leven heb je misschien maar 2 a 3 echte vrienden. Die staan namelijk altijd voor je klaar en helpen je overal mee. De rest is maar een stel meelopers die het makkelijk vinden als je er bent. Aangezien di matteo weinig kans heeft gehad om ergens echte vriendschap op te bouwen is zijn verklaring heel logisch.

Ga maar eens na in je eigen leven. Hoeveel mensen buiten je familie om staan er altijd voor je klaar. Hoeveel mensen kan je snachts om 3 uur bellen met een probleem? Het zullen er niet veel zijn.”

Ook ik kreeg het nu even zwaar.

Een andere discussiant: “Ik had niet verwacht dat hij echt geen vrienden zou hebben. Maar dan ook echt géén een vriend.”

Ene ‘The_Bison’ ziet het niet zo somber: “Er zijn genoeg mensen die geen vrienden hebben maar een hechte familie en gezin en daar genoeg aan hebben. Mensen noemen tegenwoordig iedereen vrienden. Als ze even uitgaan en met elkaar dronken worden noemen ze het al vrienden.”

En om het te verduidelijken: “Een vriend is als je een hechte band hebt, dus niet als je alleen 12 biertjes met elkaar achteroverslaat op een zaterdag nacht.”

Ik knik. Inderdaad, The_Bizon, zo zit het.

‘Deplaszak’ vult aan: “kijk als jij naar werk gaat dan ben je toch daar voor werk in eerste instantie ,en ga je buiten je werk je vrienden opzoeken ,nou dat is toch hetzelfde?er zijn zoveel belangen daar ,het lijkt naar buiten toe wel allemaal vriendelijk maar iedereen wilt overleven dusja echte vrienden zul je daar niet 123 maken denk ik.”

Ook is er een verscholen communicatie-professional aanwezig. Niks zieligs met die Di Matteo: “Door te zeggen dat je helemaal geen vrienden hebt, maak je de media meteen mondood. Want ze kunnen nu nooit meer zeggen dat hij aan vriendjespolitiek doet. let maar op deze uitspraak wordt een hype, onder de trainers.”

Die boekenweek kunnen we overslaan, bij een lullige voorbeschouwing voor een zaterdagmiddagpot is alles al gezegd.

maandag 12 maart 2012

Buurman

Nieuwe buren zijn altijd leuk, als het tenminste niet al te grote mafkezen zijn, een voorbehoud dat in het gemiddelde voetbalstadion helaas niet overbodig is. Sinds het begin van het seizoen zitten er twee jochies naast me, niks mis mee, maar erg enerverend zijn ze ook niet. Een jaar of 14 schat ik, en nogal timide. Hun tongval verraadt dat ze er elke zondag een flinke treinreis voor over hebben om hun club zo gebiologeerd te bekijken.

Vandaag zijn ze er niet, vandaag zit er een vader naast me, en naast de vader zit zijn zoon. De zoon is van de leeftijd van mijn vader, die overigens ook naast me zit, en de vader zal één van de oudsten in het stadion zijn. Hij is vandaag ook één van de meest enthousiaste, denk ik. Waarschijnlijk zijn alleen de allerjongsten en de alleroudsten gevrijwaard van het cynisme van de doorsnee voetbalsupporter. Ik kijk er nu al naar uit. In ieder geval, de vader kijkt continu in het rond, zuigt alles in zich op en verklaart bij elk fluitsignaal aan zijn zoon wat er gaat gebeuren:

'Corner. Janssen zal die gaan nemen.'

Als de keeper van RKC achter elkaar een paar mooie reddingen maakt, zoekt hij in zijn jas naar het programmaboekje, bladert naar de pagina met opstellingen, en wijst met zijn vinger de naam aan.

'Jeroen Zoet', zegt hij, en proeft de naam. Die wordt onthouden, een privilege wat waarschijnlijk niet veel andere spelers vandaag wordt gegund.

Als er even later wordt gescoord, springt het stadion op, en iedereen klapt. Mijn buurman niet, die zwaait met zijn dubbelgevouwen programmaboekje.