woensdag 31 oktober 2012

Groot


Vorige week is het mij, op mijn werk notabene, eens temeer duidelijk geworden dat de mensen die niet van voetbal houden iets belangrijks missen, dat het ons past medelijden met hen te hebben.

Op maandag werd NAC-trainer John Karelse ontslagen. Al snel volgde een mail van mijn collega. Hij schreef dat hij down was. Het voetbal was weliswaar slecht geweest, maar John was zijn jeugdheld. Hij had zelfs ooit nog eens keepershandschoenen van hem gehad, zo groot dat zijn hele onderarm erin paste. Keeperhandschoenen van de keeper van NAC! Geld voor een opvolger zou er wel niet zijn, maar hij zou straks toch even langskomen om op mijn whiteboard een lijst mogelijke opvolgers op te stellen.

Donderdag: een andere collega vertelt dat zijn zoontje, tien jaar oud, op woensdagavond na een half uurtje Ajax naar bed moest. In de rust was hij, de collega, bij het bed van zijn zoon gaan kijken. Op een aai over de bol werd niet gereageerd, maar toen hij zacht "1-1" zei, zat de jongen meteen rechtop in bed: "Echt?!"

Op vrijdag, de werkweek bijna afgelopen, komt mijn baas de kamer binnen. Zwijgend veegt hij het whiteboard schoon, pakt een zwarte stift en schrijft, in klassiek 4-3-3: Lamprou, Indi, Matthijsen, De Vrij, Clasie, Leerdam, Immers, Schaken, Pelle, Verhoek. Ik voeg toe in het rood: Vermeer, Blind, Moisander, Alderweireld, Van Rhijn, Poulsen, Eriksen, Schöne, Babel, De Jong, Sana. De baas zegt: "Tot maandag," en verlaat de kamer.

Voetbal is niet alleen de grootste sport omdat het zo mooi is, het is ook de mooiste sport omdat het zo groot is.

vrijdag 26 oktober 2012

Topvoetballer


"Ik weet niet, ben je topvoetballer?"

De dokter kijkt me aan. Graaft hij in zijn geheugen? Of kijkt hij altijd zo naar een patiënt?

Ik lig op een bank. Een voet in een schoen, de ander ontbloot. Smal, geel, hier en daar nog blauw. Het gips dat net verwijderd is, ligt op een aanrecht achter hem. Daarboven hangt een groot beeldscherm, gevuld met twee foto's van mijn rechtervoet die vier weken geleden gemaakt zijn. Ik zie de foto's voor het eerst. En zie de breuk die toen geconstateerd werd, na een trap op het voetbalveld.

Op mijn arm zit een watje met daaroverheen een stuk tape. Om het bloed te stelpen dat net is afgenomen. Iets met controle. De ingevulde vragenlijst ligt nog in mijn schoot.

"Uhm, nee. Niet echt", zeg ik.

"Oke, dan gewoon nog paar weken rust. Eerst een paar keer even trainen. En bij je eerste wedstrijd als wissel beginnen he."

Lach. Hand. Groet.

dinsdag 23 oktober 2012

Warming up


Ik voel me nog een beetje wazig, van de uitgaansnacht, maar lekker een balletje intrappen, dat is aan mij wel besteed. Tik, tak. Jammer eigenlijk, dat we pas zo laat het veld op zijn gekomen, dan kun je maar vijf minuten inspelen. Kijk, daar is de scheids al. Ik ken hem wel, vorig jaar floot hij ons ook wel eens. Hij lijkt wel tien kilo afgevallen, zie ik, het geeft hem een heel ander uiterlijk. Op een drafje komt hij aangelopen.

"Hee, Heineken!", roept hij.
Niemand kijkt op.
"Hee, Heineken!"
De scheids komt op me afgelopen. 
"Jij heet toch Heineken?"
-"Eh, nee hoor."
"Jawel man, Heineken!"
Ik word verwachtingsvol aangekeken.
-"Ik weet niet waar je het over hebt."
"Ja, er is zo'n team daar noemen ze iemand steeds Heineken."
-"Oh."
"Grappig hoor, de hele tijd over het veld: 'Heineken! Heineken!'"
-"Nou nee, wij noemen niemand Heineken."
"Oh, jammer."

De scheids kijkt een beetje beteuterd, en ik weet niet meer wat ik moet zeggen, dus ik hou m'n mond maar. We zijn in een impasse beland. 

"Hij heet Grolsch", zegt iemand.

De scheids neemt dit voor kennisgeving aan, loopt naar het midden en start de wedstrijd. Het duurt een tijdje voordat ik er goed inzit.

vrijdag 19 oktober 2012

Onze jongens: een angstdroom

De stem van Kees Jansma, dat ene woord. Rensenbrink. Het zit in mijn hoofd, al jaren, met dank aan de videoband die mijn vader bij de Jonge Bols had gekregen, in zo’n lelijk oranje kartonnen hoesje. Al jaren onvindbaar die band, waarschijnlijk door mijn moeder op de een of andere rommelmarkt verkocht voor een gulden, samen met Secret Squirrel.

Daar zat ik, op mijn knieën, net een meter van de tv. De letters PDM verdwenen in enorme videorecorder en na wat sneeuw kondigde een deuntje met te veel synthesizers het grootste succes van het Nederlands voetbal aan. Van Basten, prima aangenomen, jongen. Lineker, wéér die beweging. Of, weer drie, het is z’n derde. En dat we daar vooraf zo bang voor waren.

Ergens is het te hopen dat het Nederlands elftal de komende jaren volhardt in eigenlijk veel te vroeg uitgeschakeld worden. Begrijp me niet verkeerd: ik leef mee als Oranje speelt, ik schiet omhoog in mijn stoel als Van Persie zich vrijspeelt, ik ben uren voor een belangrijke wedstrijd misselijk van de zenuwen en voel me dagenlang ellendig als we weer eens onnodig verliezen, maar toch, ik houd mijn hart vast.

Ik stel me twee kleine mannetjes voor die een beetje op mij lijken, samen voor een enorm plat scherm, waarop spelers in oranje de hele wereld laten zien hoe voetbal ook weer gespeeld moet worden. En dan daaronder de stemmen van Leo Oldenburger en Albert Mantingh. Of, bewaar me, Leo Driessen. Iemand met een stem voor Te land, ter zee en in de lucht. Onder in beeld verschijnt om de zoveel tijd een irrelevant statistiekje. Als je pech hebt naast het hoofd van Gerard Joling.

Sneijder… Zoeken naar… Van Persie… Oh.. ja…tikje breed bij Sneijder. Sneijder, terug tot bij Clasie. Clasie, zoeken naar Huntelaar…. Ramos.... Vasthouden bij Huntelaar. Huntelaar blijft overeind… En dan. Schieten. Ja, hoor! Klaas! Jan! Huntelaar! Uit Voor-Drempt. Scoorde tot nu toe 23 keer in de eerste zes minuten na rust, waarvan twee keer voor Heerenveen, maar nog nooit voor Oranje, maar nu wel, schitterend, de pass breed bij Clasie, Ramos probeert het nog, maar de controle bij Huntelaar. Nederland - Spanje 1-0.

Dank u vriendelijk. Ik stel de recorder vast in op Sporza.

Door: tejoow (binnenkort meer op zijn blog)

dinsdag 16 oktober 2012

Keep


We hebben geen keeper meer. Eigenlijk al heel lang niet. Nummer 1 kreeg knieproblemen, alweer lang geleden. Er kwam nooit officieel een vervanger, want onze nieuwe keeper (nummer 2) wilde liever voetballen. Maar nummer 2 was erg goed. Dus hij moest wel op doel.

Nummer 2 vertrok naar het buitenland. We dachten deze zomer een nieuwe keeper te hebben gevonden - en dat is geen sinecure, een keeper vinden - maar net voor de competitie begon kreeg hij werk op zondag. 

Nu keep ik af en toe. 

(Tegenstanders dienen hier te stoppen met lezen.)

Ik kan niet keepen. 

Maar ik doe alsof. Ik ben lang, dat scheelt. En ik roep veel. Als Van Gaal sta ik te schreeuwen: "Dát is lekker gedaan jóh!", "En dát is goed afgespeeld!", "Lekker ouwe!", "Aansluiten!" En ik weet niet of het daardoor komt, maar ik pak dan wel eens een bal. Uit de lucht of van de lijn.

Maar ik denk eigenlijk constant aan de rust. Dat ik mijn voetbaltenue weer aan mag trekken voor een tweede helft in het veld.

Het grootste deel van een helft keepen, voel ik me heel alleen.

maandag 1 oktober 2012

Scherp


Hij vermoedt niets, de spits. Hij loopt vrij, hij is even aan de aandacht van de verdediger ontsnapt. Niemand ziet hem sluipen, weg de ruimte in, klaar om toe te slaan. De bal is nog ver weg, zelfs niet in het bezit van zijn ploeg, maar dat kan zo omslaan. En dan is hij vrij, is hij weg.

De aanval van de tegenstander loopt stuk, de bal gaat rap de andere kant op, en de spits roept. Hij ziet zijn kans al, hij ziet zijn kans schoon. Nog steeds is hij zich van geen kwaad bewust.

Dan, het moment. De bal komt, en de spits zet het op een lopen, nog even en hij zal er zijn. Niemand kan hem nu nog inhalen. In gedachten hangt de bal al in de touwen. Maar hij heeft geen schijn van kans, want ik ben een scherpschutter. Mijn vizier stond al lang op hem gericht.

Pang, vlag omhoog, pang, vlag naar voren. De aanval is op slag dood.

Best mooi, grensrechter zijn.